Bgggg…….

Bgggggg……..’, zegt mijn lief zachtjes tegen mij, en hij straalt ook Bgggggg uit. ‘Koud!’ komt er met een sippe blik achteraan. Mistroostig staart hij naar buiten, naar de witgekleurde tuin.

Sneeuw. Er ligt al zo’n twintig centimeter en het is ook duidelijk dat dat vandaag nog veel meer zal worden. De sneeuwbui is heel dicht en de hemel ziet er ook uit alsof die nog barst van de nieuwe voorraden sneeuw.

’Wel mooi, om te zien,’ reageer ik, waar hij het mee eens is, ‘Als je er maar niet uit hoeft, is het best!’

Ik voorzie direct alweer glijpartijen en ben blij op loopafstand van de speurneuzen te wonen. Met mijn grote angst en daardoor grote aanleg om te vallen, stap ik voor geen goud nu op een fiets. Als een oude taart schuifel ik over spekgladde vastgereden straten. Het veiligst loop ik over grasstrookjes, waar de sneeuw nog rul is. Schoongebezemde stoepjes mijd ik. Goed bedoeld, dat sneeuwruimen, maar deze stoepjes vormen nou juist de glibberigste gedeeltes van de route, als de natte ondergrond en sneeuwrestjes vastgevroren zijn…..

Ik leef met drie mannen die direct in een cocon kruipen bij de aanblik van een besneeuwde  wereld. ‘Ja dag!’ zegt Olaf beledigd zodra de gordijnen open zijn, ’ik ga echt niet naar buiten vandaag hoor. Zie je wel wat voor weer het is?’ Ik kan beamen dat ik dat wel zie. Mijn oudste heeft eigenlijk een afspraak met een kameraad-studiegenoot, maar hij vervolgt al gelijk: ’Dit wordt hem niet vandaag hoor.Ik ga wel een andere keer….’

En geef hem eens ongelijk. Heel Nederland ligt plat. Wegen zijn glijbanen en de tram rijdt niet. Gewoon: niet. 

Mijn jongste zit te grijnzen. Hem maakt het niet zoveel uit. Weer of geen weer, hij gaat waar hij heen moet. Bijna zonder woorden. Vandaag hoeft hij nergens heen, maar de sneeuw, waar zijn andere familiehelft zo uitzinnig van wordt, doet hem niks. Weinig sportief als hij sowieso al is, nodigt het hem zeker niet uit om lekker naar buiten te gaan.

Stiekem vind ik het leuk dat mijn kinderen niet behept zijn met het zogenaamde sneeuwvirus. Ik heb dat afschuwelijke virus, pak-hem-beet, vijftien jaar lang bij vlagen moeten meemaken en niet tot mijn genoegen. Het is altijd lichtelijk hysterisch op me overgekomen als er, zodra er een sneeuwvlok viel, de hele familie Van Venetië elkaar uit bed belde en er dan ook ogenblikkelijk geskied moest gaan worden. Opvallend was altijd wel dat de aangetrouwde familieleden, waar ik onder viel, nooit zo uitzinnig meededen aan deze hysterie.

Gelukkig hebben ze niet alles van hun vaders kant, kan ik dus tevreden en heimelijk verkneukeld  vaststellen.

Mijn lief trekt zijn trui nog eens dichter om zich heen en draait de kachel open.

‘Brrr’, bromt hij nogmaals veelbetekenend, ’Koud. Niks an…..’

(Visited 5 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *