Billete

Het gaat vlot, de vliegreis, de landing op El Pratt verloopt voorspoedig. Omdat wij allebei slechts een handbagagekoffertje hebben, lopen we snel door de grote hal naar het Openbaar Vervoer. Ik had al helemaal uitgezicht, gewoon de metro naar Provenca, daar overstappen en dan nog 1 halte. Makkie. Dacht ik.
Maar dit is Barcelona. Dit is Mediterraan gebied, geen blinkend overgeorganiseerd westen.
Toch is het inlichtingenbord niet over het hoofd te zien, al is het maar omdat het enorm groot is en  de hele drom toeristen uit het vliegtuig omheen staat. We moeten naar Sants, meldt het, en vanuit dat station verder. OK, doen we!Bij het perron staan we te prutsen bij de ticketautomaat, want hoe werkt dat? Het is allemaal niet heel duidelijk, maar dit is Barca, niet Den Haag. Geeft niks.
Wij tikken wat in en drukken op knoppen, maar het resultaat is nog niet wat we verwachten. ‘Need help?’ horen we dan. Vanuit het niets staat er ineens een Spaans mannetje naast ons. Zijn uniform zegt ons dat hij spoorwegbeambte moet zijn. ‘We want to go to Sants,’ zeg ik verbouwereerd. Ik had hier eerlijk gezegd niet direct zo maar hulp verwacht. Uiterst vriendelijk knikt hij. Zijn hand vliegt over het grote scherm en kijk, daar rollen twee tickets uit het apparaat. Naar Sants!
Enigszins verrast door deze spontane hulp springen we de trein in.  Maar geen moment is mijn hand van mijn tas af geweest. Ik weet het nog, van tien jaar geleden hoor.

Sants blijkt een soort Utrecht Centraal te zijn, zo groot. Ik raak er al aan gewend om zo onlogisch mogelijk te denken en daardoor zie ik de kleine bordjes richting metro. Weer komen we bij een ticketautomaat, maar nu weten we hoe het moet. En ja hoor, inderdaad. Spoedig hebben we twee nieuwe kaartjes in handen. Trots kijken we elkaar aan, lopen mee met de stroom en stappen de volle coupé in naar Provenca, met daarna die ene overstap naar het hotel. Ik weet het precies.

Alleen blokkeert het hekje naar volgende metro, als we willen overstappen. ‘Billete no válido’, staat er. ‘Ongeldig ticket’. Ongeldig? Je kunt toch eenmaal onder de grond overstappen zoveel je wilt? Verbijsterd kijken we elkaar aan. Andere hekjes lukken evenmin. Billete no válido’.
Wat nu? Ik snap er niets van.
´Nieuwe kopen dan maar’, zegt mijn lief opgewekt. ‘Het kan dus kennelijk niet, onbeperkt reizen ondergronds,  als je door een hekje moet.’ Tja, het is Barcelona, geen Parijs.
Er zit niets anders op. Wij zoeken een automaat en staan daar weer te prutsen als ineens een jongeman vraagt ‘Where do you want to go? University? Catedral?’ Verbijsterd staar ik hem aan. Alweer spontane hulp? Hier?
‘No, no….ehh…’ , van zenuwen kom ik niet op de naam van onze halte.
Hij noemt nog wat. ‘Placa de Catalunya?’ Pfff, nee, wat was het nou toch? Intussen probeer ik op mijn telefoon de plattegrond te vinden.
‘Ah!’ roep ik dan, dwars door alles heen. ‘Muntaner! We want to go to Muntaner!’ Vol verwachting kijk ik hem aan.
‘Ohh,’ zegt de jongen, maar het is duidelijk dat hij die naam voor het eerst hoort. Hij druk op een paar knoppen en wijst naar het betaalgedeelte. ‘For the tickets’, verduidelijkt hij. ‘ Zone 1. You need those.’
‘Ah!’ herhaal ik, maar ik meen iets te ontdekken. ‘Kijk, het is een heel ander ding!’ Het lijkt erop dat de ondergrondse van Barcelona gebruikt wordt door minstens drie verschillende soorten maatschappijen. Zojuist hadden we een soort trein, nu gaan we verder met een metro. Er zijn ook nog trams, of iets dergelijks En, heel handig, allemaal hun eigen ticketsysteem.
Wij bedanken de jongen blij, en rammelen verder op de knoppen.
Ik krijg een idee. ‘Zullen we vast een paar extra kaartjes kopen? Alvast, voor morgen?’ Het lijkt me handig om er een paar in voorraad te hebben. Zolang je ze niet activeert, zijn ze toch te gebruiken wanneer je wilt?
Met een bescheiden stapeltje blanco kaartjes rennen we even later naar het toegangspoortje, dat nu onmiddellijk reageert en zich voor ons opent.
Triomfantelijk kijken we elkaar aan. Goed bezig. Wij hebben nu echt wel door hoe het hier werkt.

Totdat de volgende ochtend het hekje blokkeert. Billete no válido.
‘Ongeldig? Wat nou weer!’ schreeuw ik gefrustreerd, terwijl de verworven tevredenheid als sneeuw voor de zon verdwijnt. ‘Doet-ie het nou wéér niet?’
Het lukt Paul ook niet om erdoor te komen. We proberen andere poortjes, zonder het gewenste resultaat. Wij mogen het perron niet op. Ik bekijk het gisteren gekochte nieuwe kaartje, draai het om en om en zie in mijn ooghoek rond Pauls mond het fijne lachje verschijnen. Het zal toch niet?
‘Kijk’, zegt hij minzaam. ‘Kaartje is een half uur geldig.’ Half uur? Hij wijst. Met grote ogen kijk ik en ik  zie dan wat erop geprint is: de exacte tijd dat wij een dag eerder de kaartjes gekocht hebben. ‘Geldig tot een half uur na aankoop.’
‘Krijg nou wat’, mompel ik, ‘Dat kan toch niet waar zijn?’
Maar dit is Barcelona. Mediterraans gebied, geen blinkend westen. Wij sjokken terug naar de kaartjesautomaat, waar Paul een afgepast aantal nieuwe kaartjes koopt- twee. Wij spekken de kas van het OV in deze stad als geen ander.

Ik snap er niets van, van het Barcelonese systeem. Geef mij maar Parijs.

Geef een reactie