Dag kind

Dág kind!
Je zei het elke keer.
Door de telefoon, of als ik op bezoek kwam.
Het was je standaardbegroeting.

Dag kínd!
Ook bij het vertrek,
of het afronden van een telefoongesprek,
was dát je standaard afscheid.

Ik wist niet beter,
ik was eraan gewend –
en er zijn jaren geweest dat het helemaal niet tot me doordrong, zo gewoon was het.

En het wás natuurlijk ook gewoon, want ik bén je kind.
Ook al ben ik nu 60 jaar – en heb ik zelf volwassen kinderen.
Trouwens, dát vertelde je ook geregeld:
‘Je blijft voor mij altijd kind hoor, en dus altijd een zorg, al ben je straks 80!’
Nou, die leeftijd van mij maak jij niet meer mee – en ik moet hem nog maar zien te halen. 😉

Hoe ouder jijzelf werd,
hoe meer verhalen er loskwamen –
uit een steeds verder verleden.
Ik genoot daarvan.
En ik heb ze opgeschreven, voordat ze uit het familiegeheugen zouden verdwijnen.

Dág kind
Ik ben bang dat vanaf nu niemand dat meer tegen me zegt.
Ik kan geen kind meer zijn – de verhalen uit het verleden komen  nu van míj.

Dag kind
Elke keer zei je het.
Tot wij die laatste avond vertrokken.

Toen zei je het niet.
Maar ik hoorde je wel.

(Visited 33 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *