De jaren – Virginia Woolf

Eigenlijk wist ik niets over Virginia Woolf toen ik dit boek begon te lezen. Wat was zij voor een vrouw? Hoe zag haar leven eruit? Was ze actief feministe?  Had ze een relatie, kinderen misschien? Misschien vergelijkbaar met Elizabeth Jane Howard, schrijfster van de kroniek The Cazalets?
Voor wat betreft de schrijfstijl wel. De breedsprakige gedetailleerde bloemrijke  beschrijvingen van het landschap, het weer, als één vloeiende, lange, wazige maar prachtig opgebouwde zin komt dat voorbij. En beide vrouwen schreven een familiekroniek. Zowel Howard als Woolf hebben iets tragisch. Maar hier houdt de overeenkomst tussen hen wel op.

De jaren

‘De jaren’ zijn momentopnames, te vergelijken met herinneringen aan ons eigen leven: er zijn jaren die eruit springen, waarvan we ons hele periodes voor de geest kunnen halen, als bergtoppen in de verte. Daartussen liggen de mistige dalen van de jaren die vergeten zijn.

In een serie schetsen, van 1880 tot de jaren dertig, verweeft Virginia Woolf de geschiedenis van de familie Pargiter met gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis: de Boerenoorlog, de Eerste Wereldoorlog, de suffragettebeweging, de Ierse kwestie, India en het kolonialisme, de benzinemotor die het paard verdrong, elektrisch licht dat de gaslamp verving, de avant-garde, de nieuwe atoomtheorie. De jaren is een prachtig geschreven reeks portretten van een familie, tegen de achtergrond van een samenleving die je voor je ogen ziet veranderen.

Bij Woolf is de geschiedenis geen continuüm. Ze vervlecht het publieke met het persoonlijke en zoekt naar de essentie van het verleden, met de beleefde tijd en de herinnering als rode draad. Net als bij Tolstoi en Proust gaat het niet alleen over de lotgevallen van een familie, maar ook over geschiedenis en herinnering.

Omdat het steeds fragmenten zijn, afgewisseld met beschrijvingen van natuur, het weer of wereldgebeurtenissen, is soms niet duidelijk over wie het nou gaat. Vage aanduidingen van bijvoorbeeld ‘nichtje’ helpen niet echt als er geen nadere toelichting volgt. Binnen een alinea kan Woolf van perspectief wisselen; gaat het eerst over de één, kan het in de volgende zin zo maar over en vanuit het perspectief van een ander gaan. Het is niet een doorlopend verhaal, waarin de gebeurtenissen in elkaar overgaan, of, als er een sprong in de tijd is, verhelderd worden. Je mist hele stukken informatie en je moet je eigen conclusies trekken. Dat maakt het lezen wel eens moeilijk. Ik ben een fan van stambomen in een boek over ingewikkelde families, maar helaas, die is niet opgenomen.

Opvallend en ook grappig zijn de herhalingen gedurende sommige scenes. Woolf herhaalt woorden, zinnetjes of opmerkingen, soms tot 3 of 4 keer toe, waardoor er een bepaalde spanning ontstaat, een nadruk op iets. De aandacht wordt extra ergens op gevestigd,  zonder dat er vervolgens iets opgelost wordt. Meestal gaat het over een onmogelijkheid of onbehagen. We dwalen als toeschouwer door het verhaal heen, af en toe kun je even door een kijkgaatje meegluren. Maar de delen tussen de kijkgaatjes blijven donker.

Achterin het boek zijn de twee door Woolf zelf geschrapte hoofdstukken opgenomen. Maar waarom weggelaten? Eentje is misschien iets te uitgebreid, te traag, maar dat geldt voor meer fragmenten; en ze passen perfect in de rest van het verhaal. Dus waarom weglaten? Helemaal omdat het laatste fragment, ‘Heden’, pas écht langdradig is en met 125 pagina’s ook verreweg het langste hoofdstuk. Hier komt de hele familie bij elkaar op een feestje, met wat goede vrienden en bekenden uit het hele leven. Het is alsof ze elkaar voor het eerst nu pas goed zien. Lange gedachtenspinsels, fantasieën en mijmeringen wisselen elkaar af, de een over de ander de de ander over de volgende, maar alles in gedachten. Er wordt wel wat gesproken en herinneringen met elkaar vergeleken, maar werkelijk contact met elkaar blijft uit, lijkt onmogelijk te zijn. Allen de realisatie eigenlijk niets van elkaar te weten, blijft.

Een familie- maar zeer zeker ook een maatschappijgeschiedenis in zeven kortere of langere tijdsbestekken uit ruim een halve eeuw, beginnend in het benauwende victoriaanse Engeland van 1880 en eindigend in het ‘heden’, dus halverwege de jaren ’30. Een halve eeuw waarin rijtuigen veranderen in automobielen en omnibussen, gaslampen in elektrische peertjes en waarin de eerste vliegtuigen door de lucht gaan. Heel  trefzeker neergezet, met zeer zorgvuldige, suggestieve woordkeuzes een heel boeiend verhaal, ondanks de bloemrijkheid en het van de hak op de tak overspringend van het ene naar het andere personage. Woolfs’ beschrijvingen, vooral van personen, gaan vaak gepaard met een subtiele humor. 

En waar ik ook achterkwam: het toneelstuk ‘Who is afraid of Virginia Woolf’ heeft in tegenstelling tot wat ik altijd gedacht heb, niets te maken met de schrijfster. Er is slechts sprake van  een woordspeling, meer niet. Heb ik dus jarenlang voor niets ontzag gevoeld voor haar om de verkeerde reden. Nu heb ik nog steeds ontzag, maar ik ken nu haar werk als schrijfster. 

Wat een mooi boek. Een trage, zwoele zomervond.

The Years, 1937
Athenaeum – Polak & van Gennep, 2017 Nederlandse vertaling
512 pagina’s
ISBN 9789025303471

(Visited 15 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *