De New York-trilogie – Paul Auster

Onverwachte ontmoetingen, identiteit en versmelting van identiteiten, mooie, scherpe dialogen, lange – ook wel té lange –  bespiegelingen, obsessies, zielenroerselen, onverwachte (literaire) uitwijdingen – voor mij wel eens té lang –  vaak eenzame niet-doorsneefiguren die aangetrokken worden door onverklaarbare, geheimzinnige gebeurtenissen; toch wel bizarre verhaallijnen met een onverwachte en mysterieuze afloop. En uiteraard speelt de stad New York, met haar geschiedenis en inwoners een prominente rol, door gedetailleerde beschrijvingen tot leven gewekt. De kruisbestuiving die in het derde boek plaatsvindt, is onverwacht. Doordat personen uit de eerste twee ineens heel even in het derde boek terugkomen, gaat de drie boeken elkaar raken, ze zijn verbonden.

Mooie, meeslepend geschreven verhalen, en goede vertalingen. Ook door bepaalde zaken niet te vertalen, of dusdanig aan te passen dat het verhaal logisch blijft en doorstroomt. Nergens kreeg ik het gevoel een vertaald boek te lezen!

De brozenstaD (1985)

De schrijver Daniel Quinn wordt in zijn kalme weduwnaarsbestaan opgeschrikt door een telefonische schreeuw om hulp, die feitelijk niet voor hem, maar voor een detective is bestemd. Na lang wikken en wegen besluit hij zich uit te geven voor de speurder. Hij stort zich verbeten op zijn opdracht, het schaduwen van een oude excentrieke man, de vermeende vader van zijn opdrachtgever. Door zijn identificatie met de zaak verliest hij het zicht op de werkelijkheid. 

Schimmen (1986)

Nog een geraffineerde mystery novel. Privé-detective Blauw krijgt op 3 februari 1947 van Wit de opdracht om Zwart te observeren. Blauw betrekt een appartement tegenover dat van Zwart. Zijn probleem is dat Zwart weinig anders doet dan aan een tafel zitten en schrijven. Maanden gaan voorbij waarin Blauw vertwijfeld nietszeggende rapporten voor zijn opdrachtgever schrijft. Wie is wie nou eigenlijk?

De gesloten kamer (1986)

Fanshawe is verdwenen. Hij laat niet alleen een vrouw en een kind, maar ook een reeks ongepubliceerde romans, toneelstukken en gedichten achter. Wat is er met hem gebeurd? Een jeugdvriend van Fanshawe ontfermt zich over de literaire nalatenschap en begint een biografie over hem. Hij wordt als het ware Fanshawe’s leven in gelokt, publiceert zijn werk en trouwt met diens vrouw. Onmerkbaar vervagen de grenzen en brokkelt zijn eigen identiteit af. De obsessies zegevieren en de dood wordt huiveringwekkend tastbaar. Gechreven in de ik-vorm en we komen gedurende het hele boek niet te weten wie die ik is, wat zijn naam is. Nergens wordt hij rechtstreeks aangesproken.

Ze hebben iets fascinerends, deze verhalen. Auster houdt duidelijk van verhalen zonder eind, die nieuwsgierigheid opwekken, waarin eigenlijk maar heel weinig gebeurt, behalve dat het uit de hand loopt, maar waar telkens weer een slot ontbreekt. Ik denk dan steeds ‘potverdorie!’, maar aan de andere kant moet ik er ook om grinniken.

Opgetekend door een derde als verslag van wat er ooit gebeurd is en waar aan het slot ook beschreven wordt hoe onduidelijk alles is, en dat we inderdaad niet weten hoe het uiteindelijk zou aflopen. Driemaal een heel mysterieus einde, het is mij volstrekt niet duidelijk wat er gebeurt, wat er gebeurd is en wat er gaat gebeuren. Ik blijf met veel vragen zitten…

De Bezige Bij, 2001
358 pagina’s
ISBN 9789023489863 

(Visited 7 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *