Ezel

‘Misschien krijg ik wel een ezel!’ In gedachten verzonken zit ik de tuin in te staren als dit vanuit het niets in me opkomt.
‘Een ezel? Hoe kom je dáár nou bij?’
Met een twinkeling in zijn ogen kijkt Paul op vanuit zijn krant.Waar wou je die laten dan? Hier? In deze Vinextuin?’
Ja, dat kan niet, dat weet ik ook heus wel. Het is ook maar een grapje. Maar ik moest ineens aan een ezel denken.
Al weken heerst hier een soort waas van geheimzinnigheid.
‘Ga je mee ergens eten de 14e? Voor mijn verjaardag?’ Ik app de jongens meestal, als je een snelle reactie wilt moet je van dat medium gebruikmaken. Hun mobiele telefoon zit zo’n beetje aan hun hand gekleefd. Het antwoord van Oudste kwam ook direct.
‘Ja hoor!’ Het was de vraag die daarop volgde die mij nieuwgierig maakte. ‘Ben je die dag overdag ook gewóón beschikbaar trouwens?’
Gewoon? Ehhh…..?
‘Ja, gewoon? Als in: je hoeft nergens heen of zoiets?’
Dat was ik, beschikbaar. Maar hoezo? Moet ik helpen ergens mee? Verhuizen, Ikea-kast sjouwen, weet ik veel…? Natuurlijk vraag ik hem dat ook. ‘Hoezo dan? Moet er iets gebeuren?’
‘O, gewoon,’ appt hij terug. ‘Nee, je hoeft er niks voor te doen in ieder geval. Geen surpriseparty of zo, maak je maar geen zorgen.’
Natuurlijk ben ik reuze benieuwd. Natuurlijk vind ik dit leuk. Maar ik ben ook reuze nieuwsgierig. Wat voert hij in zijn schild? Ik probeer van alles te verzinnen. Hardop ook, als mij duidelijk wordt dat Paul in het complot betrokken is.
Gaan we pannenkoeken eten? Lunchen? Naar het strand? Moet ik door de modder? Is er een hindernisloop, een triathlon? Wat gaan we doen?
Mijn lief laat niets los, mijn zoon evenmin. Als blijkt dat Jongste óók volledig op de hoogte is, heb ik het niet meer.
‘Je ben jarig, mam,’ zegt Jongste geheimzinnig. ‘Je wordt 60. Dus.’
Van deze mannen word ik niets wijzer. Zij houden het vol om niets los te laten. Ik hou het vol om steeds met suggesties en vragen te blijven komen, die Paul echter volledig langs zich heen laat glijden. Maar intussen vind ik het geweldig.

‘Misschien krijg ik wel een ezel!’ In gedachten verzonken zit ik op een middag dus de tuin in te staren als dit idee, vanuit het niets, in me opkomt.
‘Een ezel? Hoe kom je daar nou bij? Waar wou je die laten dan? Hier zeker? In deze Vinextuin?’
Ja, dat kan niet, dat weet ik heus ook wel. Natuurlijk is het flauwekul.
‘Waarom denk je dat?’ Met een scheef lachje kijk hij me aan. Weet ik niet. Ik moest gewoon ineens aan een ezel denken.

‘Denk eraan moeders!’ Als de dag nadert, piept mijn mobiel piept op en ik lees het bericht van Oudste. ‘Morgen gaan we dus weg hè? Om 12 uur…..’
Ik probeer het op een ander manier. Wat moet ik aan? Iets netjes, of juist niet? Iets makkelijks? Handige schoenen? Zwemkleding?
Mijn lief trapt er niet in. ‘Oh, gewoon waar je zin in hebt. Wat lekker zit. Maakt niet zoveel uit hoor.’

Klokslag twaalf staan beide jongens de afgesproken dag voor de deur. Met drie geheimzinnig lachende mannen stappen we in de auto van Oudste. Ik heb het nu opgegeven, ik vraag niks meer, maar één voor één vallen allerlei opties af als we de wijk verlaten en de snelweg opgaan.

‘Gaan we naar Zoetermeer?’ opper ik nog, mompelend. Maar we rijden door. ‘Naar Utrecht dan?’ Een meewarige blik is het enige dat ik krijg, terwijl de reis verder gaat.
Maar dan neemt Oudste een afrit. Zeist? Stomverbaasd kijk ik om me heen. Wat moeten we nou in Zeist? Tóch lunchen ergens? In het bos?
We rijden steeds smallere weggetjes in als ik een bord zie. ‘Stichting De ezel-sociëteit’. Ik zie een stuk of twintig ezels lopen. ‘Moet je kijken!’ roep ik, ’Wat leuk! Allemaal ezels!’
Als Oudste de auto de oprit net achter het bord indraait, valt mijn mond open. Die mannen kijken me grijnzend aan als ik helemaal verbluft om me heen tuur. Ezels! Wat leuk hier! Ik ben dol op ezels! Wat gaan we doen?
‘Ja!’ zegt Oudste. ‘Het is de bedoeling dat we hier rondgeleid worden en dan mag je een ezel uitzoeken en die adopteren we dan een jaar lang….’
Ik jubel. Wat geweldig! Waar moet ik beginnen en ze zijn allemáál zo leuk…..!

‘Toch heb je  wat opgepikt, ergens, telepathisch,’ grijnst Paul. ‘Toen je over een ezel begon.’
‘Ik zei het!’ fluister ik. ‘Ik moest ineens aan een ezel denken. Ik dacht: misschien krijg ik wel een ezel…..’

Geef een reactie