Kalimera! Kalimera!

Ik kijk om me heen maar ik zie niemand. 
‘Kalimera! Kalimera!’ Ik hoor het weer.
O, maar het geluid komt van beneden. Als mijn ogen het volgen, zie ik het. Een schriel vrouwtje met een breedlachend gezicht, een en al hartelijkheid uitstralend. Ik had over haar heengekeken, want door haar gebogen gestalte komt ze niet hoger dan anderhalve meter. Ik schat haar zeker tien jaar ouder dan ik.
‘Kalimera! Kalimera! Welcome! Welcome!’ Haar stemvolume maakt haar geringe lengte meer dan goed. En dan bespeur ik nog iemand. Achter de balie staat een man. ‘Hello!’ groet hij, op rustige toon. Haar echtgenoot, vermoed ik. Deze baas zal dik in de zeventig zijn. 

Ze runnen dit hotel met z’n tweeën, mensen op rijpe leeftijd, maar met een energie waar ik jaloers op ben. We krijgen een bordje met koekjes mee naar ons appartement en ook een flesje met koud bier, dat even later helaas uit de koelkastdeur op de plavuizen in gruzelementen valt. Balen! Maar het heeft ons geleerd om een dergelijke ravage op te ruimen en te reinigen met behulp van slechts één opgeofferde handdoek.

‘Kalimera! Kalimera!’ roept ze ons vrolijk toe, zodra we de volgende ochtend verschijnen voor het ontbijt. Tweemaal goedemorgen, eentje voor elk van ons, denk ik.
‘Good morning!’ volgt hij flegmatiek, consequent in het Engels. Hij weigert Grieks met ons te spreken, ook als wij in ons beste Grieks reageren. Waarschijnlijk kan hij niet geloven dat toeristen dit doen. 
‘Breakfast is ready!’ Met een wijds armgebaar zwaait ze naar allerlei lekkers, beslist uit eigen keuken. Zij spreekt slecht een paar woorden Engels, de rest van de communicatie gaat met gebaren en mimiek.
‘Ti kanete?’ vraagt Paul. Hoe gaat het?
‘Ohhh!’ ze giechelt als een jong meisje, met een verraste blik, en haar man kijkt toegeeflijk toe. ‘Kala! Kala!’ ‘Goed! Goed!’ Bedrijvig wijst ze wat gerechten aan.
‘Cheese! Eh, eh…. sugar, sweet, ehhh, kolokythákia…’ ze kan niet op het Engelse woord komen. ‘Zucchini?’ help ik. ‘Courgette?’
‘Yes! Yes!’ roept ze dankbaar. ‘Kè omelet! OK?’ Nou en óf het OK is. We eten te veel, omdat het zo lekker is.

‘Kalimera! Kalimera!’ schalt het over het terrein. Ze zwaait ons toe terwijl we de koffers in een hoek zetten.
‘Good day! Leaving today?’ vraagt hij, vanachter de balie.
‘Vrechie…,’ ze wijst naar de lucht, hoofdschuddend. ‘Vrechie. Het gaat regenen…’
‘Rain starts today,‘ meldt hij somber, terwijl hij ons reçu overhandigt.
‘Wait! Just moment!’ Ze steekt haar hand op, springt naar een wijnrek en trekt er een fles uit om die in mijn handen te drukken.
‘Krassi! Wijn! OK?’
Nou en óf dat OK is. ‘Efcharisto poli!’, roepen we uit en heel voorzichtig doe ik de fles in de tas, het lot van dat biertje in gedachten.
Parakalo! Graag gedaan!’
‘Have a nice day!’ vult hij aan. Minzaam knikt hij ons toe.

(Visited 10 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *