Lenzen

‘Ben bij de brillenwinkel geweest mam. Voor lenzen …’
‘O!’ Meteen zit ik rechtop, waardoor mijn mobiel bijna uit mijn hand glipt. Lenzen! Ja, we wisten dat hij het graag wilde en vast van plan was om bij de eerstvolgende voortelling van zijn toneelclub geen bril meer te hebben. Maar lenzen? Mijn jongste?
Zou hij dat wel kunnen? Van alles schiet door me heen. Krijgt hij ze erin? En vooral: weer eruit? Dat gepeuter, dat is toch niks voor hem? Uit mijn eigen lenzenverleden weet ik wat het inhoudt, elke dag. Kan hij dat? En wat als hij ze kwijtraakt?
Ik krijg het benauwd.

‘Mam?’
O ja. Waarschijnlijk ben ik te lang stil. ’Lenzen! Goh, goed zeg!’ Ik klink best enthousiast.
‘Ja, ik dacht, ik ga ze laten aanmeten. Maar er is iets.’
Wat? 
‘Er ís iets? Wat dan?’ Ik probeer niet meteen paniekerig te doen.
‘Nou, ze zagen een soort afwijking in mijn hoornvlies. Bij m’n rechteroog het ergst. Een soort tuit, of zo. Is niet rond, zeg maar… Ze sturen me naar de oogarts, want anders kan ik geen lenzen nemen.’
Natuurlijk wil ik nu alles weten. Mijn jongste, de rust zelve – ook nu – vertelt rustig over de geconstateerde hoornvliesafwijking.
‘Keratoconus’, zegt hij, ‘zo heet het. Staat op de verwijsbrief.’
Keratoconus. Nooit van gehoord. Snel krabbel ik het neer om het straks te kunnen googelen.
‘Niks aan de hand mam. Kan behandeld worden. Als je er snel genoeg bij bent, anders ga je vaag zien.’
Snel genoeg?
‘Rustig nou maar,’ waarmee hij mijn volgende vraag voor is, ‘ik ben nog net op tijd hoor. Niks aan de hand.’
Ik moet toch even slikken. Net op tijd. In gedachten stuur ik een dik compliment naar de oplettende opticiën.

Contactlenzen, ja, een uitkomst, hartstikke fijn vond ik ze, indertijd. Maar ik ken mijn jongste. Kan hij dat wel, is hij handig genoeg?
Ik krijg het warm. Het visioen van rondwarende contactlenzen rond zijn oogbol raak ik niet kwijt.

‘Ik heb lenzen, mam!’ jubelt hij door de telefoon, ruim een half jaar later, een heel traject van behandeling achter de rug, aan beide ogen. Laseren, uren wazig zien door oogdruppels, eerst het ene oog, daarna toch ook het andere. Maar met succes.
‘Geweldig!’ roep ik en mijn enthousiasme is gemeend.
‘Gaat heel goed, niks moeilijk hoor, dat in- en. uitdoen. Ik heb een soort zuignapje daarvoor …..’
‘Gefeliciteerd!’ Ik weet hoe graag hij ze wilde. En straks geen bril meer op het podium.
Lang leve de lenzen. Dankzij deze dingen is de oogafwijking van mijn zoon op tijd onderkend en blijvende schade voorkomen. Natúurlijk wil hij ze. Natúurlijk is er geen enkel probleem. Ik ben allang blij!

Contactlenzen, inderdaad, ook voor Jongste. Heb nou eindelijk eens wat meer vertrouwen. Loslaten, heet dat toch? En hoe was je zelf ook al weer, op die leeftijd?

(Visited 48 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *