Link

Plots aarzelen mijn vingers. Ze laten het toetsenbord los en blijven er doelloos boven hangen. Alsof ik ze gebrand heb. Een diepe frons verschijnt in mijn voorhoofd. Wat ben ik in ’s hemelsnaam aan het dóen? Dit klopt niet. Van geen meter. Nogmaals tuur ik naar het mailtje waarop ik aan het reageren ben. Ik had het vriendelijke linkje gebruikt, en toen….
Bijna krijs ik van afschuw. Wat dóe ik? Dit ís helemaal geen mail van de Rabobank!
Dit overkomt mij niet! Dit zou mij nóóit overkomen(net zomin als dat andere, ooit, en dat van die tas in Barcelona ook niet)! Nooit!
‘Doet u mee met ons recyclingprogramma?’ Ja, ammehoela. Zit ik te suffen of zo? In één klap ben ik weer wakker.

Een onmiddellijk telefoontje naar het bankkantoor bevestigt mijn ergste angst.
‘Dat is een fishing-mail, mevrouw,’ zegt de jongen bezorgd. ‘Wat heeft u precies doorgegeven? Pasnummer, pincode…?’
Ja, alles! Mijn hart bonst in mijn keel. Dit zou mij nóóit overkomen!Hoeveel van dit soort foute mails van boeven die het gemunt hebben op MIJN centjes heb ik niet weggeklikt, al dan niet vergezeld door schamper hoongelach?

Ik weet niet goed wat ik moet zeggen, maar de jongen – de kalmte zelve – neemt alle tijd. Allerlei geklik aan de andere kant van de lijn, wat gemompel en uitroepjes, maar dan volgt het meest geruststellende zinnetje van de dag, nee van het hele jaar! ‘Gelukkig, u bent op tijd, mevrouw. Ik zie geen vreemde overboekingen….. Die criminelen grijpen meestal onmiddellijk hun kans, zodra ze gegevens hebben afgetroggeld, maar nee, niks aan de hand bij u…’

Nu had ik de invul/aftroggelactie niet voltooid omdat mijn argwaan zo plotseling opkwam, ik heb de mail afgebroken, weggesmeten én ik heb de volgende seconde gebeld; dat heeft wellicht geholpen.

De jongen kondigt aan om staande het gesprek alles van de rekening te blokkeren en ja, er moet een nieuwe bankpas aangevraagd worden. Gedurende drie dagen zal ik nergens bij kunnen, maar ja, allang blij dat niets verloren is gegaan en de gladjanussen lekker niks van mij te pakken hebben gekregen, heb ik dat ervoor over. Ik moet wel.

Al met al heb ik een best aangenaam telefoongesprek van een half uur, waarin mijn ergste zenuwen al zakken. Hoe kon dit gebeuren? Want dit overkomt míj toch niet? Ik wéét het toch?

Afschuwelijk om zo afhankelijk te zullen zijn van Paul, financieel, al is het maar een paar dagen. Ik voel me ongelofelijk onthand, kaal en leeg, maar ja, heb ik dat niet aan mijn eigen stommiteit te danken?

Na een paar dagen piekeren – waarom hoor ik alsmaar niks van de bank? – heb ik mijzelf er inmiddels van weten overtuigen van mijn waarschijnlijke tweede stommiteit. Want wat als mijn telefoongesprek niet met de bank, maar óók met de criminelen is geweest? Dat ze gniffelend en handenwrijvend hebben toegehoord hoe ik dociel alles aan de zogenaamde Rabobank-jongen heb prijsgegeven? Het zal toch niet waar zijn? Het zweet breekt me uit, maar wat kan ik beter doen dan het heft in eigen hand nemen? Ik bel ze dus wéér.

‘Oh ja, maar uw bankpas is onderweg, mevrouw,’ zegt het meisje. ‘We bellen u zodra hij er is. Het klopt allemaal, ik zie de aantekeningen van mijn collega die u gesproken hebt…’
Met haar neem ik, opnieuw gerustgesteld, de status van mijn bankrekening door en ik kan niet anders dan opgelucht constateren dat er inderdaad niks mee gebeurd is.

Maar ja, wanneer kun je het echt vertrouwen? Want wat, als….. Diepe zucht. Door erheen te gaan. Ik wil niet nog een weekend afhankelijkheid en onzekerheid. Met mijn paspoort mag ik geld opnemen bij een Rabobankkantoor. Op advies van het meisje fiets ik naar Rijswijk.
Voor de derde keer een zeer vriendelijke bankmedewerkster (ja, vanaf nu geloof ik dat de twee vorige te goeder trouw zijn geweest en werkelijk hebben bestaan), echt, ik klaag niet. Zij heeft de aankondiging zelfs al binnen van mijn nieuwe pas. Maar ja, dat wordt pas na het weekend…

Dan doe ik mijn verzoek waarvoor ik kom en zie haar vervolgens heel ongemakkelijk kijken. Direct schiet ik in een bevriezing. Wat. Is. Er. Aan. De. Hand? Is mijn rekening misschien léég? Wie heeft mijn geld? Is het de linkmichels potdorie tóch gelukt om ….?

Maar glimlachend verklaart ze zich nader. ‘Weet u, het is net nieuw, mevrouw, maar we hebben hier geen geld op kantoor. U kunt hier niets opnemen …’
Mijn mond zakt open. ‘Hè?’
Ze kijkt me verontschuldigend aan. ‘Ja, dit is de ENIGE Rabobank-locatie in de regio waar géén geld kan worden gegeven….. Sorry mevrouw….’
Ik stamel wat. ‘Maar …. dat staat niet op de website vermeld….. Ze zeiden…’ Ik stop, haal mijn schouders op. Het heeft geen zin.

Moedeloos fiets ik naar huis. Een bank zonder geld. Dat verzin je toch niet?

(Visited 29 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *