Loeder

‘Ach, je gunt die vrouwen ook iets leuks. Voor de gezelligheid.’ De man heeft zich op zijn stoel naar Paul omgedraaid, nadat zij elkaar een smakelijk eten hebben toegewenst. Prompt verslik ik me bijna. Gezelligheid!

Wij zitten lekker te eten in een groot Aziatisch buffetrestaurant. Zo een waar je dus steeds je bordje kunt gaan vullen met precies datgene waar je trek in hebt. Drie mensen zijn net neergestreken aan het tafeltje naast ons. Tegenover mij. Achter Paul. Een ouder echtpaar en een jongere vrouw. Een dochter? Een kennis? Ik probeer altijd te ontdekken wat de relatie tussen groepjes mensen is. Ik ben er in dit geval niet meteen uit. 

‘Willen jullie wat drinken?’ Een harde, kille stem, schrikt me op van mijn eten. Ik kijk op om te zien wie zoiets produceert en kijk recht in het gezicht van de jongere vrouw aan het tafeltje tegenover mij. ‘Nou?’ klinkt het snauwerig. ‘Wat?’
De twee oudje zitten met hun rug naar ons toe, ik zie hun gezicht niet. Evenmin kan ik horen wat ze antwoorden. ‘Sapje? Biertje? Iets anders?’ Het ongeduld spat eraf, maar ze plaatst een bestelling bij het bedienend personeel. 
‘Jaja, rustig maar,’ schalt haar stem even later, met een beledigde ondertoon. ‘Pfff. Ik ga nu eten pakken. Willen jullie ook wat? Dan moet je meekomen.’
En weg is ze. De oudjes staan haastig op, half struikelend over stoelpoten en vallende servetten, om achter haar aan te dribbelen.
‘Zo dan!’ Een beetje verbaasd kijken Paul en ik elkaar aan. Wat is dit?

Als ik even later met nieuw voedsel op mijn bord terugkom, hoor ik haar al van verre.
Naaauw, als ik díe tegenkom, dán zal je wat beleven! Die is voor mij, echt. Die is voor mij! Hoe haalt ze het in haar hóófd zeg! Niet normaal. Wat denkt ze wel. Pleurt op zeg.’
Paul glimlacht fijntjes. Muisstil peuzelen we verder om maar niks te missen. Hoewel je daar geen moeite voor hoeft te doen. De harde, schelle stem schalt door het restaurant en overstemt alles.
Heel even is het stil. Ik kijk op. Eet ze? Oh, waarschijnlijk is de oude vrouw (moeder?) aan het woord. Want direct gooit de dochter (?) haar scheur weer open voor een mij toch wel onbegrijpelijke wending in het gesprek.
‘Hou nou toch eens op met dat negatieve gezeik altijd!’ (Huh?) Haar mes steekt in de lucht naar haar moeder (?). Geen idee wat dat arme mensje plotseling gedaan schijnt te hebben. ‘Dat doe je nou altijd. Nee, ik wil het niet horen. Ik ben het zo zat!!’ Met een ruk schuift ze haar stoel naar achteren en beent weg, naar het buffet. De oudere vrouw volgt haar zwijgend.

Dit is het moment dat Paul net langsloopt met een nieuw bord eten en de oude man hem smakelijk eten wenst. ‘Prima eten hier!’ zegt Paul tegen hem, voor hij gaat zitten. ‘Heeft u het ook naar uw zin?’
De man draait zich op zijn stoel naar Paul toe. ‘Ach,’ zegt hij onbewogen, ‘je gunt die vrouwen ook iets leuks. Voor de gezelligheid.’
En ik verslik me. Grinnikend eten wij door. 

Het nare mens komt weer terug. ‘Oh,’ snerpt ze even later. ‘Dus er zijn mensen die wel willen komen? Maar ze komen niet! Waarom doe je dan altijd zo stug? Dat doe je nou altijd! Doe eens normaal!’ Ze prikt met haar vork in de richting van haar vader (?). ‘Je moet eens niet zo vervelend doen. Nodig iemand uit! Is ook leuk voor mam!’
Ik proest. ‘Dan moet zij er niet net ook zijn’, mompel ik. ‘Anders komt er geen mens. En vind je het gek?’ 
Inmiddels genieten meerdere tafels zichtbaar mee. Het hoge nasale geluid van haar stem is dan ook niet te negeren.
‘Wil je eten? Je moet het zelf hálen hier hoor, als je iets wil eten! Anders kan je lang wachten. Ga maar kijken. Moet ik met je mee soms?’
De oude man slaat dat vriendelijke aanbod af en schuifelt naar het lange buffet. In één adem gaat ze door , zich wendend tot !aar moeder (?). 
‘Ik snap níet dat je dat niet wil hoor. Echt niet. Bezopen is het.’
Ik onderdruk de neiging om naast hun stoelen te knielen om mijn veter vast te maken, alleen maar om nou eens te kunnen horen waar het nou over gaat en wat de twee oudjes steeds antwoorden.
‘Nee! Dat hóef je niet te snijden!’ snerpt ze vervolgens, als de vader (?) terug is en aan zijn verse bord wil beginnen. ‘Doe niet zo raar! Dat hoeft niet! Gewoon met je hand eten! Ja, Met. Je. Hand! Ben je doof of zo?’

‘Gezellig! Dat was toch wat hij zei tegen je?’ informeer ik zachtjes bij Paul. Voordat hij kan reageren, wordt de voorstelling vervolgd. De dochter (?) wappert met een stapeltje papieren dat ze uit haar tas heeft gevist.
‘Hij heeft. Eén: tema… eh… Owh! Te-ma-ze-pam’, buldert ze. ‘En hij heeft. Twee: citalo-pram of zoiets, én hij heeft. Drie: brome-za-zepam’. Haar vinger priemt bij elke naam bijna in zijn gezicht. 
Geen wonder dat hij dat allemaal heeft trouwens. Zou ik ook nodig hebben met zo iemand in mijn buurt. Het is gênant. Het hele restaurant is hiervan nu op de hoogte. 
‘Dat wéét je toch?’ Ze duwt de papieren onder haar moeders (?) neus. ‘Lees maar’. 
’Nee hè!’ toetert ze na een korte stilte. Waarschijnlijk heeft de oude vrouw iets gezegd. ‘Heb jij je bril niet op soms?’
Met een nijdige beweging propt ze alles terug in haar tas. ‘Ik snap niet dat je dat allemaal pikt. Ze doen maar wat. Je zegt nooit iets, ik heb jou nog niet gehoord. Ik zou het niet pikken!’ 


‘Nou, dat was gezellig, hè?’ klinkt haar snerpende stem, voldaan. ‘Toch? Maar de volgende keer gaan we ergens anders eten!’
De rekening komt. De dochter (?) heeft het op dat moment ineens erg druk met haar telefoon. Ze hoort er even niet bij en laat zich niet horen als de oude man betaalt. Het echtpaar schuifelt naar de garderobe, achter de dochter (?) aan, die al is vertrokken.
‘Ik ga nu lekker slapen,’ fluistert hij Paul toe in het voorbijgaan. Een klein glimlachje speelt om zijn mond. ‘Prettige avond.’ 

Mantelzorg is het sleutelwoord tegenwoordig. Valt dit daar ook onder? Ik hoop het niet. Wat een loeder zeg.

(Visited 11 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *