Mug

Zzzzzzzzzzz………..
ZzzzzzzZzzzzzzzZzzzzzZZZZzzzzzzzZ….ZZZZZZZZZZZZ….!!!
Geneugten van de zomer, zeg ik maar. Geneugten? Een tijdelijk ongemak. Ongemak?

Gek wordt hij ervan, mijn lief. Echt waar. Je verwacht het niet, maar mijn gewoonlijk zachtmoedige, vredelievende wederhelft verandert in een moordzuchtige woesteling.

Muggen.
Na de hele slaapkamer spiedend hebben afgetast, kan mijn lief eindelijk met mobiel en boek te ruste gaan. De ruimte is absoluut mugvrij. De net-aangeschafte anti-muggenstekker zit in het stopcontact en de spuitbus staat klaar, in de aanslag op het nachtkastje. Die vieze spuitbussen, de enige schokkende ontdekking die ik in acht jaar over mijn geliefde heb gedaan, overigens al in een vroeg stadium. Hij heeft spuitbussen. Brrrr. Maar nu is de kust veilig, Paul tot rust en kan ik mij opgelucht uitstrekken op bed. Ik lees wat hoofdstukken, tot we besluiten dat het tijd is en het licht uitdoen. Ik kruip lekker tegen mijn lief aan en dreig in slaap te vallen.

Maar dan, onverwacht, veert hij overeind en ik vlieg zowat tegen het plafond. ‘Een mug!’ sist hij. ‘Ik hoor hem!’
Ik hoorde niks, maar ja, ik sliep al bijna.
‘Die k%^&^-beesten! Ja, jij hebt makkelijk praten, ze komen allemaal op mij af!’ Hetgeen niet zo is, want ook ik zit vaak onder de bulten. Ik weet wat er nu komt, dus ik duik direct tot aan mijn kruin onder het dekbed. En ja. Paul staat al te zwaaien met de bus. Als ik mijn neus weer een beetje lucht wil geven, zweeft de stank van de insectenspray mij direct in het gezicht. Getver! Ik wen er nooit aan. Ik weiger eraan te wennen. Blazend en sputterend zoek ik weer dekking.
‘Zo.’ Tevreden voegt Paul zich weer bij mij. ‘Die zijn er geweest. Die gaan sneven, allemaal! Welterusten.’
Ik nestel mij weer en dommel een beetje in.
‘Krijg nou wat!’ klinkt het even later en op hetzelfde moment zwiept er een elleboog in mijn gezicht. ‘Au!’
In een klap ben ik klaarwakker.
‘Hoe kan dat nou?’ roept hij op hetzelfde moment. ‘Ze zitten ons gewoon met z’n allen uit te lachen! Het helpt allemaal niks!’ Totaal ontredderd zit mijn geliefde rechtop in bed. Wild om zich heenslaand houdt hij de aanvallers op afstand.
‘Muggen?’ vraag ik onschuldig. Ik wrijf over mijn pijnlijke neus, terwijl ik zijn woest zwaaiende armen probeer te ontwijken.’Dat ding helpt echt geen fluit!’ briest hij, wijzend naar het stopcontact. ‘Ze horen hem niet! Ze komen er juist op af, in plaats van dat het ze verjaagt!’
‘Of we hebben te maken met een dove mug,’ opper ik. ‘Kan ook, toch?’
Maar Paul heeft de spuitbus alweer ter hand genomen. ‘Duiken!’ zegt hij. Ik moet ze nog een vernietigen!’ Ik ben alweer terug onder mijn beschermende dekbed.
‘Nu gaan ze er echt aan,’ mompelt hij als hij voor de derde keer bij mij terugkomt. ‘Dood gaan ze. Domme beestgen. Allemaal!’
Ik hoor het verder niet meer, omdat mijn slaap het van hem wint.

Zzz….. Zzzzz…. zzzZZZ……!!!
Nu hoor ik het ook, maar ik hou me stil. Tevergeeefs, natuurlijk. Een wild wapperende hand belandt in mijn gezicht, terwijl ik door de onverwachte beweging als op een trampoline op en neer veer.
Laat me nou gewoon slapen, denk ik vermoeid. Laat die muggen gewoon …..
Mij steken ze ook, echt. Ik kruip dan gewoon nog wat verder weg, onder mijn dekbedje. Heerlijk.

 

Welterusten.

(Visited 1 times, 1 visits today)

Geef een reactie