Nieuwe fase voor moeder

Ik ben bij iemand van m’n werk, in Voorschoten, staat er op het briefje dat op tafel ligt. Maar ik eet gewoon huis.

Ik moet lachen om de vage soort mededelingen van de laatste tijd. Iemand van m’ n werk in Voorschoten. Vraag me hardop af waarom hij haar niet gewoon zegt dat hij bij Iris is. Dat is degene van z’n werk in Voorschoten namelijk. Dat weten we.

Want was het een week of twee geleden? Mijn oudste meldt het zo nonchalant mogelijk.
‘O, ehhh… Ik ga vanavond met een paar van m’n werk naar de film.’
‘O, leuk, met wie dan?’ vraag ik onschuldig, maar nieuwsgierig tot en met. De plotselinge vaagheid noopt mij tot alertheid.
‘Nou, met Tjark en nog iemand,’ wuift hij het onderwerp weg, maar daarmee is hij niet van mij af. Ik blijft hem nieuwsgierig aanstaren en met succes.
‘Iris,’ komt er dan uit. ‘Die ken je toch niet….’

Klopt. Maar ik ken Tjark ook niet, en Theo, Samantha, Peter, en Dennis, namen die toch altijd gewoon uit zijn mond rollen.
‘Ik ga haar ophalen bij de C1000 (zijn werk als vakkenvuller, Iris werkt daar bij de broodafdeling), want ze weet niet waar Tjark woont. En ik wel!’ Bijna verdedigend klinkt het. Onnodig, want ouderlijke bedenkingen zijn er helemaal niet. Ik zie alleen wel weer een nieuwe fase aanbreken.

Vorige week was het het vader-bezoekregeling-weekend. Voordat de jongens vertrokken, kondigde mijn oudste het bij mij al aan.
‘Ik kom zondag zelf naar huis, kom niet mee met Sander als hij thuisgebracht wordt. Ik ga weg die dag.’
‘O? Wat ga je doen dan?’
‘Naar de film, met iemand van m’n werk in Voorschoten. Met de trein daarheen en dan word ik op de scooter van het station gehaald……’
Aahh. Iemand van zijn werk in Voorschoten. Ik grijns, maar zeg niks. Laat hem maar.
‘Okee jongen, veel plezier!’

En inderdaad, die zondagavond komt Sander alleen terug van het vaderweekend en gaat tegen half elf de voordeur open. Mijn oudste, vrolijk fluitend. Hij heeft het heel leuk gehad.
‘Lukte het met de trein?’ informeer ik .
‘Ja hoor! Naar Voorschoten,’ antwoordt hij. ‘Daar woont ze.’

Aah. Ze. Ik vang de geamuseerde blik van mijn lief op. ‘Oh’, zeg ik, alsof ik het me ineens realiseer. ‘Was het Iris waarmee je naar de film bent geweest?’
‘Yep.’ Het maakt hem niet uit, zo te horen. Wel lacht hij een beetje ongemakkelijk als hij iets te drinken pakt in de keuken.
‘O ja,’ volgt er dan. ‘Volgende week is die borrel van de C1000. Enne…..’ hij zoekt even naar de juiste woorden. ‘Iemand van mijn werk woont nogal ver weg, in Voorschoten, en die moet tot 6 uur werken. Dus die kan niet naar huis tussendoor. Is het goed dat die zich hier even komt omkleden en zo?’ Pfff, het is eruit hoor.

Iemand van mijn werk. Ik geniet. ‘Ooohh, is dat Iris?’ vraag ik. Hij knikt schaapachtig.
Natuurlijk mag dat, natuurlijk mag het meisje komen. Laat hem maar iedereen meenemen die hij wil.

Maar dan vindt er de dag voor de borrel een aardverschuiving plaats. Gerommel en geschuif in de kamer van mijn oudste. Hij loopt met volle vuilniszakken heen er weer en uiteindelijk horen we iets heel onnatuurlijks uit zijn hok vandaan komen: het geluid van de stofzuiger.

Dan is het werkelijk de hoogste tijd om eens polshoogte te gaan nemen. Nieuwsgierig steken we het hoofd om de deur, om van verbijstering bijna weer achterover te vallen. Want dit vertrek ken ik niet. De vloer is zichtbaar, je kunt er zelfs rechtuit overheen lopen. Ik wist niet meer dat het bureaublad lichtgrenen was, dat was al jaren niet duidelijk. Help! Opgemaakt bed. Geen kleding buiten de kast. En, oh ja! Onder die stapel papier, sokken, sportkleding en games stond een blauwe zitzak!
‘Jaaa,’ mompelt hij. ‘Goed hè? Maar ja, anders kan hier toch niemand komen…’

De dag van de borrel breekt aan en daarmee de dag van het bezoek. ‘Ze staat bij de bakker,’ licht hij met een lachje toe, als blijkt dat wij boodschappen gaan doen. ‘Ik ga zo ook nog even daarheen…’ vervolgt hij vaag.
Natuurlijk wil ik weten of ze nog met ons mee-eten, die avond. ‘ Weet ik nog niet, ‘ is het ontwijkende antwoord. ‘Hangt ervan af, weet nog iet wat ze wil…’ Hij heeft het haar nog niet gevraagd.

‘Maar ik haal haar op om 6 uur. Dan hoor je het.’
Maar mee-eten wil ze wel hoor. Iris blijkt een heel ongedwongen, gezellig meisje te zijn.
‘Olaf heeft me van de zomer nog ingewerkt in de winkel, toen ik nieuw was,’ vertelt ze. ‘ Maar hij kan het zich niet herinneren!’ Hij ziet er een beetje beschaamd uit onder haar plagende blik.
‘Nee, weet ik niks meer van,’ geeft hij toe.
‘Dan had je nog niet veel indruk gemaakt?’ stelt mijn lief vast.
‘Nee, zegt ze lachend, ‘maar nu wel, hoor!’ Even zie een blik vol aanbidding, maar haastig trekt ze die terug. Dat staat ze zichzelf nog niet toe.

‘Have fun!’ roepen we, als het tweetal, een paar uur later, geheel getransformeerd in feestelijke kledij, vertrekt.

De volgende dag tegen twaalf uur zien we hem pas weer, als hij geeuwend zijn bed uitkomt. Met de collega’s zijn ze na de borrel nog op stap geweest – nee, niet met Iris, die moest al eerder met de tram naar Voorschoten terug.

‘Oh ja’, fluistert hij, als niemand luistert, een klein blosje op de wangen. ‘De groeten van Iris….’

(Visited 5 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *