Parakalo!

We horen het al van verre, als we door de tuin van het hotelletje naar de ingang lopen. Een enorme waterval aan Grieks. De vrouw, begin dertig, tenger, Grieks, zit midden in een telefoongesprek, dat ze in één adem onderbreekt – ‘Kalimera!’ – en beëindigt.

Kalimera! Welcome!’ Haar begroeting is even hartelijk als stralend. ‘Heeft u een reservering?’ Dat kan ik bevestigen.

‘Ah, yesyes. Madame Erika? YES.’ Ze grijpt een paar sleutels. ‘Kom! Jullie krijgen de beste kamer!’ jubelt ze, de trap voor ons uit oprennend. ‘Het beste uitzicht!’

Maar we mogen kiezen, vervolgt ze, de deur opengooiend, deze of die ernaast. Maar deze heeft het mooiste uitzicht op de opgraving!

We zijn in Oud-Messinië, wel de grootste en indrukwekkendste opgraving van Griekenland genoemd. Ik heb een paar nachten geboekt in het hotel ertegenover. Toerisme – hoe heerlijk!- is hier nog op heel bescheiden schaal. De massa’s en rechthoekige, lelijke moderne hotels zijn zeer ver te zoeken.

Het uitzicht vanuit onze kamer inderdaad adembenemend zo mooi. We overzien de hele vallei van de opgraving, omringd door imposante bergketens.

‘OK?’ vraagt ze enthousiast. Inmiddels staan we met z’n drieën op het smalle balkonnetje. ‘Ik ben Maria!’ roept ze dan plotseling hartelijk; ze horen het in Kalamata, vermoed ik.

Met wat moeite komt Paul er even tussendoor. ‘Pavlos! Paul!’

‘Ah, Pavlos, welcome!! Kijk!’ Ze is alweer verder, wijst op een plattegrondje in haar hand. ‘Daar is de beroemde poort, het museum, en de muur! Negeneneenhalve kilometer lang was hij!’ Glunderend, nee, verwachtingsvol kijkt ze ons aan.

Wat zegt ze nou? Ik versta haar eerst verkeerd. Heeft ze het over een ‘hole’, een gat? Maar ineens valt het kwartje. Oh, wacht, ‘wall’, muur. De beroemde vestigingsmuur rond de antieke stad.

Intussen gaat Maria door, terwijl ze ook luidkeels een gesprek op haar mobiel beantwoordt en afkapt. Die plattegrond bekijk ik straks wel zelf, neem ik mezelf voor.

De informatie die de goede vrouw over ons uitstort is enorm en lijkt onuitputtelijk. Met haar stemvolume zou ze trouwens geen microfoon nodig hebben bij het toespreken van een menigte in een grote zaal.

‘Hier kun je lekker eten, kan ik aanbevelen!’ Haar wijsvinger zwiept over het kaartje. ‘En zo werkt de airco!’

We bedanken haar en gaan onze bagage uit de auto halen.

Parakalo! You are welcome! Graag gedaan! Oh, you need help?’

‘Nee hoor, hoeft niet dank je’, zeg ik. Daar heb ik al snel spijt van, als ik zwoegend en hijgend boven arriveer. Dat was flink zeulen, eerst een steil weggetje op en dan de trap naar de eerste etage.

‘Everything OK?’ roept ze. We horen haar buiten lopen, mobiel aan haar oor, een onverstaanbare tirade in het Grieks. ‘Koffie of thee bij het ontbijt?’ informeert ze, net voordat haar tefefoon nogmaals gaat. Ze neemt op.Parakalo! You OK?’ Het laatste, nog steeds stralend knikkend, is tegen ons.

Wij knikken en bedanken haar nogmaals. 

Parakalo! You are welcome! Graag gedaan!’ En ze vervolgt haar ratel in haar mobiel, op luide toon, niet te volgen, terwijl ze weer naar buiten loopt. Misschien spreekt ze met een leverancier, of met een nieuwe gast, of gewoon met haar moeder. Wie zal het zeggen? Maar niet met iemand binnen een straal van zeg 500 meter. Grieken overbruggen enorme afstanden met hun stem, zonder hulpmiddelen. Het duurt wel even voordat ze een telefoon nodig hebben om te communiceren.

Een heel vriendelijk mens, onze Maria. Ze zal alles doen om het ons naar de zin te maken. Ze doet het hotel helemaal alleen, op de schoonmaak na. Dagelijks rijdt ze heen en weer vanuit Kalamata, waar ze woont, naar dit bergdorp. Ik wil maar zeggen: ga er maar aanstaan…

Parakalo! You are welcome! Graag gedaan!’

Uitgeput zakken we achterover op het bed.

(Visited 43 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *