Puber 1

Hij zit heel enthousiast te vertellen, waarbij hij zich tot zijn oudere broer richt.  ‘Ik zag vandaag een oude man!’

We zitten te eten. Aan tafel blijken vaak de praatstoelen te staan. Zuchtend loert Olaf hem vanuit zijn ooghoeken aan en bromt iets dat ik niet versta, maar een beetje geïrriteerd klinkt het wel. Daardoor laat Sander zich zoals gewoonlijk geen centje van de wijs brengen. ‘Ja, een oude man! Hij zat een biertje te drinken. Achter, bij de magazijnen en zo!’  

De gebroeders werken allebei bij de plaatselijke middenstand, zij het ieder bij een andere supermarkt. Deze winkels liggen ook nog eens pal naast elkaar en delen min of meer een laad- en losruimte.

Heftig schudt hij zijn hoofd. ’Dertig? Nee joh. Echt oud. Zoiets als jij.’ Zonder blikken of blozen. ‘Of Paul.’

Dank u.

Mijn jongste vervolgt, alsof er niets gebeurd is: ‘Hij had een beetje lang haar, met zo’n staartje!’

Een verwachtingsvolle blik valt Olaf ten deel, die zijn ogen ten hemel richt. ‘O ja joh?,’ vraagt hij verveeld, ‘Zo hee.’

‘Ja!’ Sander blijft stralen. ‘En hij had ook een baard. Zo’n sik, weet je wel?’

Dan hou ik het niet meer, ik proest het uit en zie mij lief naast mij ook grinniken. ‘Had hij soms ook een lange rooie jas aan?’ gier ik, terwijl Sander me verdwaasd bekijkt. Paul zit nu hardop te schateren. ‘En zag je misschien ook nog ergens zo’n wit paard staan?’

‘Ja? Sinterklaas!’ Ik verslik me bijna in mijn eten. ‘Was die het? ‘

Mijn jongste zoon probeert beledigd te blijven, maar  toch moet hij  ook wel een beetje lachen. ‘Nouhou!’, roept hij verbolgen, ‘Nee! Niet Sinterklaas!’

Zelf Olaf grijnst, ondanks zichzelf (want om je – jongere! – broertje lach je niet, vanzelfsprekend).

‘Nee!’ houdt Sander halsstarrig vol, ’Hij werkt bij jullie!’ Hij werpt een dreigende blik op Olaf. ‘Een oude man met een baard.’

Olaf heeft verdere pret-uitingen weten te onderdrukken. ‘Kan niet, zegt hij op dezelfde verveelde toon, ‘We hebben geen ouwe mannen met baarden.’

‘Iemand die een biertje uit een krat gepikt heeft?’ opper ik. ‘Een zwerver die het er eventjes lekker van nam?’

Sander geeft het op. Zuchtend staat hij op. ‘En ik had het al zo zwaar vandaag…..’

Gelijk gaat mijn alarmbel af. ‘O?? Had je dan iets, een toets of zo, dan?’

Meestal zijn de toetsen en opdrachten op school bij mijn jongste ‘onverwacht’. Voor hem dan. Ze staan wel degelijk ergens op een rooster in zijn tas. Maar leg daar de hand maar eens op.

‘Ja,’ zegt hij voorzichtig, ‘Nou, eigenlijk een praktijkopdracht…’ Hij loopt al richting deur. ‘Voor Dienstverlening.’

Wij willen natuurlijk graag wat meer hiervan weten. ‘Moeilijk?’ informeert mijn lief. ‘Waar ging het over?’

‘Valt wel mee, valt wel mee,’ mompelt Sander, ‘Ik heb het wel goed gedaan hoor. Geen zorgen.’

‘O ja?’ vraagt Paul sceptisch, want Sander zegt altijd dat hij het goed gemaakt heeft. De resultaten zijn echter wisselend.

‘Waar ging het dan over?’ vraagt hij nog een keer. Bijna is Sander de deur uit. ‘Oh’, klinkt het ontwijkend; en vlak voordat hij echt de kamer uit verdwijnt, komt er heel zachtjes achteraan: ‘Nagels lakken…..’

Tja. Je zou maar als bijna enige jongen tussen al die meiden op het VMBO de richting Dienstverlening gekozen hebben……..

(Visited 2 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *