Schot

‘Wel hé-le lap-pen tekst, hoor. Pff. Ik heb in het begin gewoon een hele monoloog! En later nog een keer’. Jongste rolde met zijn ogen om zijn opmerking kracht bij te zetten. ‘We doen Shakespeare!’ vervolgde hij enthousiast; bewondering afdwingend en tegelijkertijd een beetje gekscherend. ‘Geen idee welk stuk. Het gaat over een tweeling …’
Verder is de berichtgeving wat vaag. 

Er zit weer een voorstelling in de pijplijn van het (amateur)toneelgezelschap waar jongste bij speelt en ik ben reuze benieuwd natuurlijk. Een half jaar geleden begonnen ze aan het nieuwe stuk. Maar Shakespeare?
‘Nou ja, Petra bewerkt het natuurlijk,’ volgde er vergoelijkend. ‘Ze schrijft het om voor ons.’ 
Dat is iets wat hun regisseur altijd doet en met groot succes: een bestaand stuk omschrijven voor het eigen amateurgezelschap. Voor elke speler een passende rol, soms meerdere rollen per persoon; en altijd met een komische noot.
Maar wat voor rol heb je dan?’ vraag ik na verloop van tijd, want ik wil het eindelijk eens weten.
‘Nou, een bedelaar,’ zegt hij olijk. ‘En: een Schotse edelman! Twee edelmannen eigenlijk. Nou ja, één edelman en een soort koopman. Met lange monologen!’ 
Oeps. Dat wordt stampen. Ik probeer er wat meer van te weten te komen, maar dat lukt niet, behalve dat het om een tweeling gaat en dat Jongste dus drie rollen heeft. 
‘De derde rol is een hele leuke!,’ verklapt hij nog wel. ‘De koopman. Ze vond dat een perfecte rol voor mij!’

Maandenlang horen we nauwelijks iets.
‘Oh, gaat goed hoor!’ meldt hij opgewekt, als hij weer eens langs komt en ik naar de vorderingen op de repetities vraag. ‘Petra is tevreden. Ik ken mijn lappen tekst al bijna…… Maar,’ vervolgt hij, niet geheel zonder gêne, ‘we moeten allemaal een jurk aan.’
‘Een jurk!?’ Ha. Er daagt me iets en ik grijns. Het stuk speelt toch in Schotland? ‘Oh, je bedoelt een rok? Een Schotse rok voor mannen? Een kilt?’
Hij knikt enigszins schaapachtig. ‘Ja dat. Jurk, rok, allemaal hetzelfde toch….’ Meer wil hij er niet over kwijt. Mannen in een rok, daar heb je het niet over, Schots of niet.

Dan is de dag daar en wij gaan naar de voorstelling. We zitten ter plekke nog even buiten in het zonnetje te wachten tot we naar binnen mogen als ik ineens een stem achter ons hoor.
‘Jij bent toch de moeder van onze jongste speler?’ Want dat is hij, met afstand.
‘Ja!’ Ik draai me om en zie Petra, de regisseur, naar ons toe lopen. ‘Hij doet het echt geweldig, die zoon van jou!’ zegt ze. ‘En hij wordt steeds beter. Toen hij een paar jaar geleden bij ons kwam, was het één bonk zenuwen, maar nú! Je zult wat beleven straks!’
Dat maakt me natuurlijk stiknieuwsgierig en onze verwachtingen zijn daarom hoog als we plaatsnemen op de eerste rij. En dan komen ze op, ook Jongste. O, maar hij ziet er geweldig uit als Schot: een boom van een vent in een mooie geruite kilt, kniekousen, jaja, helemaal Schots én met een pruik.
Wat er dan gebeurt is fantastisch

Jongste kan iets wat eigenlijk heel leuk is. Namelijk zijn stem laten overslaan. Dat wist ik, ik ken hem langer dan vandaag, hij gebruikt dat al sinds hij de baard in de keel heeft gehad, om zijn verhalen smeuïg te maken, om zogenaamd wanhopig over te komen, een act op te voeren, voor het effect. En juist dit zet hij in bij deze rol.
Daar staat hij. Een wanhopige Schot, die kennelijk iets heel engs heeft meegemaakt, doodsbang nog, die op de vlucht is en zijn verhaal doet over een mysterieuze herberg en berovingen. En hoe! De mimiek, de bewegingen, intonaties… mijn mond zakt open en die van Paul naast mij ook. Jongste spéélt niet, hij ís die bange, paniekerige Schot.
Hij doet het zo goed! Het is niet alleen grappig bedóeld, het ís komedie, van de bovenste plank. De zaal komt af en toe niet meer bij. En hij gaat door, zonder haperen, zijn hele act, zelfs inspelend op wat er in het publiek gebeurt. Jongste steelt gewoon de hele show…

Natuurlijk wist ik dat hij dit talent had – dat bleek vijftien jaar geleden al, thuis, en daarom stuurde ik hem indertijd naar het jeugdtheater. Natuurlijlk wist ik dat hij over de gehele linie een laatbloeier is, zowat met alles, maar ook ik sta versteld. Nu komt het er allemaal ineens uit. Wat een avond.
‘De mensen van het jeugdtheater zouden niet geweten hebben wat ze zien, als ze dit hadden meegemaakt hier!’ zegt Paul nog nagrinnikend, na afloop.

‘En? Heb ik teveel gezegd?’, vraagt Petra tevreden stralend, bij de borrel na het slotapplaus. ’Fantastisch toch? Hij deed het zó goed. Wij liggen elke keer ook weer in een deuk, achter de coulissen. Wat heb jij een leuk kind!’
Dat wist ik natuurijk wel. Trots, ik? Zo dan.


(Visited 16 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *