Souvlaki

‘Hallo! Souvlaki?
Gretig stort de restauranthouder zich op ons. Bij een tafeltje zijn in no time stoelen voor ons aangeschoven, dus wij nemen daar gehoorzaam plaats. Ons plan én onze behoefte is ook voedsel, de doodenge oversteek van het kanaal van Korinthe.
‘Óxie, no souvlaki maar something else please,’ meld ik, waarna rap de kaart voor onze neus ligt. We willen choriatiki salade natuurlijk, wat brood en tzatziki, en – ja, we zijn in Griekenland! – een halve kilo lefko krassi. Witte wijn. Daar weten ze wat op en snel zitten we tevreden te smullen.

Tot er een jong obertje – ach jee, hij lijkt een beetje op mijn oudste, mijmer ik… – langsrent en in het voorbijgaan een bord souvlaki én een bord friet op ons tafeltje deponeert.
‘Hee!’ Paul schiet overeind. ‘Nee! Dat is niet voor ons! Neem maar weer mee!’
Niet-begrijpend 
kijkt de jongen hem aan.
‘Hebben wij niet besteld! Is voor iemand anders!’
Nóg snapt de jongen het niet. Na wat aarzelingen neemt hij wat beduusd het bord friet dan maar weer mee, maar de souvlaki blijftj staan. ‘Het vlees ook!’ roept Paul, maar hij hoort het niet of wenst het te negeren. Bij nader inzien lijkt hij in geen enkel opzicht op mijn zoon. 

Een beetje ongemakkelijk eet ik verder, want ik denk dat we het bord nu zelf moeten inleveren, om te voorkomen dat het straks op onze rekening komt ‘Nee hoor.’ Paul klinkt resoluut. ‘We hebben het toch ook niet gehááld? Hij komt zo wel terug.’
Maar we zijn in Griekenland, dus het verbaast mij niet echt als de jongen of zijn assertieve baas niet meer op het terras verschijnen.

Tot de jongen een andere klant moet beien. ‘Sir!’ Het met veel volume de aandacht van bedienend personeel trekken is niet Pauls stijl, maar nu wel. Bangig en met een nietszeggende blik richt de jongen uiteindelijk zijn blik op ons. Jeetje, hoe kon ik vredesnaam denken dat hij ook maar íets had van mijn oudste?
NIeuwe poging. ’Neem maar weer mee, het is niet voor ons, we hebben het niet besteld!’ 

Vertwijfeld kijkt de jongen on zich heen, draalt wat en druipt af. Maar zonder het bord souvlaki. Even later zie hem binnen met zijn baas praten, die na verloop van een paar minuten met ferme pas naar buiten komt. ‘My friend?’ zegt hij, ‘Problems?’
We doen het hele verhaal nog een keer. We willen geen souvlaki. We hebben het niet besteld. Dit bord is niet voor ons. Echt niet.
‘Geen souvlaki?’ vraagt hij beteuterd. Nee, geen souvlaki. Wel salade en zo, en de wijn. Die zijn prima. ‘Maar het is fresh!’ probeert hij nog even. We twijfelen daar niet aan, en echt, het ruikt prima en ziet er lekker uit. Maar we willen geen souvlaki. Niet besteld.
Teleurgesteld pakt de man een spiesje van het bord. ‘Ook niet eentje?’ Probeert hij nog zwakjes. Nee echt niet. Géén souvlaki.
De man snapt er duidelijk niets van. Hoe kan je nou géén souvlaki willen? Schouderophalend loopt hij weg, maar mét het bordje.

Als wij klaar zijn en willen afrekenen, lijkt hij ons op onverklaarbare wijze niet meer te kunnen zien. Ons gezwaai en betaalgebaar negeert hij. Op de een of andere manier glipt zijn oog steeds langs ons en wij blijven buiten zijn blikveld. Wel doet hij heel erg zijn best om nieuwe klanten binnen te halen.
‘Souvlaki! Fresh!’ 

Na verloop van tijd loopt Paul maar even naar binnen. ‘Ik kreeg toch nog en schouderklopje van hem’, zie hij bij terugkomst.
En híj een fooi, ondanks alles. We zijn in Griekenland, tenslotte.

(Visited 34 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *