Taal

Abrupt sta ik stil. Deze uitstalling trekt me aan, ik wil even rustig rondneuzen.
We lopen door de smalle, steile straatjes van Molyvos en het aanbod is overweldigend, voor mij bijna niet te doen, want niets is zo moeilijk als kiezen.
Al die prachtige sieraden! Niks aan te doen, ik kom er niet onderuit om er iets van aan te schaffen. Het ene winkeltje is nog leuker dan het andere en als ik ergens sta wordt mijn aandacht alweer getrokken door de etalage ernaast.
Pfoe. Het leven valt niet mee. 

We lopen nog door in het winkelstraatje en dan zie ik de uitstalling voor de etalage van een kleine winkel, die me doet halthouden. De halskettingen en ringen stralen me toe. Dit moet ik echt wel even goed bekijken.  Ik kwijl nog niet, maar wat scheelt het?

‘Jassas!’  De Griekse eigenaar knikt vriendelijk, hij staat op van zijn stoel. Hello!
Ik sta net een geweldige ketting met een zilverkleurige gesmede hanger te bekijken. De  spiraal fascineert me.
‘Infinity’, zegt hij. Oneindigheid. ‘Een heel oud Grieks symbool! Erg mooi, hè?’
Niet alleen Grieks natuurlijk, dat symbool,  ik ben het op andere plekken ook tegengekomen, maar altijd trekt het me aan. Het is universeel, maar niettemin erg mooi.
Zowel het symbool als dit sieraad.
‘Mijn vrouw maakt dit zelf,’ vervolgt hij, er klinkt een bepaalde trots uit die me wel iets doet. Met nog meer belangstelling gaat mijn blik langs zijn koopwaar.
‘Ik heb nog meer met spiraal!’ De man wijst langs de uitstalling. ‘Kijk maar rustig!’
Mijn aandacht keert toch weer terug naar de halsketting in mijn handen.
‘Prachtig is hij,’ zegt Paul. ‘Koop hem!’

‘Bent u Nederlands?’ hoor ik ineens een stem. Het komt uit de winkel en de woorden zijn puur Hollands. Ik kijk naar binnen en zie achter een soort werkbank een vrouw zitten met allerlei  werktuigen en tangetjes om haar heen. Ze is bezig met een hanger in elkaar te draaien. Een jochie van een jaar of vijf drentelt een beetje rond.
Ah, hier, ter plekke, maakt zij ze dus! denk ik.
De vrouw glimlacht. ‘Ik hoorde u praten.’
‘Ja’, zegt ik, verrast, want ik verwacht hier geen Nederlanders als uitbater. ’Klopt. We zijn Nederlands….’
‘Ik kom zelf uit België,’ vertelt ze. ‘Vlaams. Maar mijn man is een Griek!’
We raken met haar in gesprek. ‘Hoe is het om hier te wonen?’ wil Paul weten.
‘Heerlijk,’ zegt ze. Ze legt haar tangen even neer. ‘Maar wel moeilijk af en toe. De economie gaat niet zo goed, we hebben veel last van crisis. Maar we overleven!’
Het lijkt me best lastig om als je je hier als buitenlander vestigt,  echt een poot aan de grond te krijgen.
‘Tja,’ vervolgt ze. ‘Allereerst heb ik Grieks geleerd. Dat is het allerbelangrijkste, echt.’
‘Maar ja, je begint al met het afwijkende alfabet… lastig!’ Het lijkt mij niet meevallen.
De vrouw haalt schouders op.
‘Ach, wat is lastig… Je moet wel. Gewoon doen. Letter voor letter bijna. Leer de taal.
Alleen zo krijg je contact… En dan leef je hier in een paradijsje…’

Ik koop de halsketting. Hij is prachtig, en behalve dat ben ik ook wel onder de indruk van het verhaal van de Vlaamse vrouw.
‘Geweldig,’ zegt Paul, eenmaal weer buiten. ‘Ik heb er wel bewondering voor hoor…’

Er is iets gaan sluimeren. 
Leer de taal.

Molyvos, Lesvos, juni 2012  

(Visited 1 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *