Trein

Die avond gaat hij naar een concert in Tilburg, mijn oudste. Samen met zijn kameraad Max. De kaartjes zijn al een halfjaar in huis, geloof ik; en de voorpret is reeds wekenlang voelbaar. Hoorbaar, ook.

De reis gaat per trein. Bij die mededeling heb ik toch wel een beetje gefronst, want ja, zo’n concert duurt tot een uur of 11, 12? En kun je dan nog wel terug met een trein, tot Den Haag?

Mijn bedenkingen worden direct weggewuifd. ‘Ja natuurlijk. Die rijden echt nog wel hoor,’ blaast mijn oudste zorgeloos. ‘Minstens tot een uur of half één ’s nachts wel’.

‘Nou, we kunnen je wel oppikken hoor, bij het station.’ Mijn lief, goedmoedig, biedt dit spontaan aan. ‘Ja, tenzij het 2 uur wordt, dat is me een beetje te laat…’

Vanzelfsprekend accepteert mijn zoon dit met gretigheid.

Als de dag daar is, ontvang ik in de middag – wij zijn tennissen! – een What’s App’je. ‘Ben weg hoor mam!’ Ze nemen ruim de tijd voor de reis.

‘Ok, laat even weten als je vannacht geen tram meer hebt.’

En ja. De avond , tegen half 12, gaat mijn mobiel. Ah: Olaf. ‘Ja, we gaan zo naar het station. Het is net afgelopen, we eten nog  ff wat en dan gaan we ….’

‘Goed!,’ zeg ik. ‘Ik kijk wel even op ns.nl  hoe laat de trein dan in Den Haag is!’

‘Maar eh….’, gaat hij door, ‘wil je dan ook Max nog wel even thuisbrengen?’

Natuurlijk doen we dat. Dat is ook niet voor het eerst. Hoe vaak zijn ze al niet samen uit en samen thuis gegaan?

Maar dan.

Op de reisplanner heb ik het snel gevonden, van  station Tilburg naar Den Haag. Zo gemakkelijk tegenwoordig, dat dit ook op je Android-toestel kan. Je kan gewoon op de bank blijven zitten.

Maar dat kan toch niet kloppen? Ik kijk nog een keer. Het staat er echt. De laatste trein is net weg! Die ging om 23:25 en de volgende weer om….4:02.

Om vier uur!

Kan niet. Is het App’je via mijn mobiel niet volledig misschien? Ik bedoel, eh… zo’n klein apparaatje, daar past wellicht dat hele programma niet in …? Ik hoor mijn lief al bulderend lachen als ik dat zou zeggen, dus ik hou mijn mond.

En nee. De computer biedt,  na consultatie, niets méér. Tussen half 12 en 4 uur geen trein van Den  Haag naar Tilburg.

Allerlei scenario’s schieten door mijn hoofd. Van slapen op harde bank in de stationshal tot de rekening van een hotel in de buurt…. Hoe moeten die twee jongens dat nou regelen? Wachten tot 4 uur ’s ochtends?

‘Ik zou hem maar even bellen,’ adviseert Paul dan, ‘om te horen  hoe ze dat gedacht hebben op te gaan lossen.’

Ja, want van mijn oudste is er ook nog geen paniekbericht binnengekomen. En van paniek is ook totaal geen sprake, merk ik, als hij vrolijk, maar wel met enige verbazing zijn telefoon opneemt. Belt ze nou alwéer?

‘Zeg, heb je nog wel een trein?’ is de vraag van de bezorgde moeder.

‘Ja, hoezo?’ klinkt het stomverbaasd vanuit Tilburg. Ik geef mijn bevindingen door en hij reageert met alle geruststelling die hij tevoorschijn weet te toveren.

‘O ja, klopt! Niet naar Centraal. Maar er gaan nog wel elk uur  treinen naar Hollands Spoor! Alleen moeten we wachten tot 1 uur. Die komt dan om eh…  nou om half 3 of zo aan?’

Hollands Spoor! Het andere station in Den Haag. Ja, daar heb ik niet aan gedacht. Enigszins opgelucht hang ik weer op.

Maar dan dringt het tot mij door. Om half 3? En dan? Verwacht hij dan toch nog opgehaald te worden? Ja, dág. Dat is midden in de nacht. Dan kan hij toch wel de nachtbus nemen, zoals hij zo vaak doet als hij uit geweest is? Tegelijk schaam ik me er een beetje voor  dat ik dat denk. Ik  voel me een soort ontaarde moeder en hoor zijn pa en oma er al met genoegen schande van roepen. Niet dat ik me daar iets van aan ga trekken.

Ik kijk Paul aan, die zijn boek weglegt en opstaat. ‘We kunnen beter gaan rijden’.

Rijden. Waarheen? ‘Naar Tilburg,’ zegt hij droog.

Wat? Mijn mond zakt open.

‘Ja,dat gaat veel sneller, toch? Zo ver is het niet. Een uurtje? Voordat  ze in die trein zitten en hier zijn…… En dan moeten wij zeker gaan zitten wachten tot half 3.’

Mm. Zit wat in. Paul heeft intussen zijn schoenen al aan. ‘Als we ze nu gewoon even gaan halen daar, zijn we veel eerder weer thuis. En dan hebben we ook Max al thuisgebracht.’ Ja, want dat zou ook nog moeten, als ze op het station aankomen.

Mijn lief staat inmiddels buiten. Ik schiet in mijn laarzen en jas, terwijl ik ook mijn mobiel meegris. Want ik zal Olaf moeten bellen om hem te verwittigen van onze actie, zodat ze niet straks in de trein zitten en wij voor niks in nachtelijk Tilburg staan.

Natuurlijk is mijn telefoon zowat leeg en moet ik allerlei zakjes helemaal leeggooien om een oplader te vinden die ik in de auto kan gebruiken. Als dat dan eindelijk gelukt is, blijkt de accu nog veel te leeg te zijn om te kunnen bellen. Nog even en ze stappen daar gewoon die trein in!

Maar in een helder moment probeer ik een What’s app en zowaar: dat lukt. ‘We komen jullie nu halen!’ 

Vrijwel direct komt zijn antwoord:  ‘Wat!!? We zijn pas over anderhalf uur op HS….Nee over  twee uur!’

Geduldig leg ik uit dat we onderweg zijn naar Tilburg, (‘We zijn al bij Rotterdam!’) voor zover het mogelijk is om geduldig de app’en in een donkere auto met de wereld aan spelfouten die ik gewoon maar laat zitten. Ergens verwacht ik wel dat hij blij zal zijn niet met het openbaar vervoer te hoeven, midden in de nacht over te moeten stappen in Rotterdam en zo, maar zijn antwoord is er een vol onbegrip. ‘Waarom?? Trein gaat straks al. En om 2 uur weer eentje.’

Moet je nog praten als Brugman ook. ‘Sneller!’ tik ik. ‘Beter dan tot half 3 hier thuis te moeten wachten om je op te vissen ….’

O ja. Zit wat in….’ komt er dan. ‘OK dan! Maar weet je dan wel waar Tilburg Centraal is?’

Ik had hem hoger ingeschat. Wie heeft er tegenwoordig nou géén TomTom?

‘En Max?’ vraagt hij nog.

Nee, die laten we daar gewoon staan….. ‘Natuurlijk brengen we die ook even thuis.’ app ik. ‘Wat dacht je dan?’

‘OK! Dank je wel….’

In een totaal verlaten nachtelijk Tilburg zien we ze al staan op het stationsplein: de twee dolende musketiers. Jut en Jul. Snel schuiven ze op de achterbank.

‘Was het leuk?’  informeer ik, mijn hoofd omdraaiend, doelend op het concert.

‘Ja! Vet!’ ‘Cool!’ ‘Ziek gaaf!’ Ze komen studentachtige eigentijdse superlatieven te kort, hun uitroepen buitelen over elkaar heen. Maar verder komt er niet veel meer uit. Er wordt nog wat heen en weer getwitterd en verder is het stil, de hele rit naar Den Haag. Bekaf zijn ze.  Ik heb zelfs het vermoeden dat Olaf al snel helemaal weggedommeld is. En dat had met de trein terug gewild?

Eenmaal in Den Haag komt er weer wat leven in de brouwerij. Ze worden wakker.

‘Bedankt,’ mompelt Max als hij voor zijn deur de auto verlaat. ‘Laats…’ klinkt het nog futloos uit Olafs mond.

Ik ga gauw slapen,’ zegt hij even later, thuis, en een beetje schuchter komt erachter aan: ‘Bedankt voor het rijden…..’ Hij haalt zijn bed nog net, voordat hij weer inslaap valt.

Het is half 3. Ik knuffel mijn lief maar eens extra. Wat een wereldvent toch, dat hij dit gewoon doet.

(Visited 5 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *