Vast

Prima idee, een lekkere vis op de bbq! Het is warm en eigenlijk heb ik alleen trek in wat lichtverteerbaar voedsel. Dus ik verheug me al op zo’n lekker dorade in een klem, met een gepoft aardappeltje erbij, en wat sla uit de tuin….
Paul springt al op, met rammelende autosleutels. ‘Ik ga wel even naar de visboer. O, ik moet tanken, mmmm…. Nou, ik ga wel even op de fiets. Maar ja,  anders moet ik straks tanken…. Dus toch maar nu dan.’ En weg is hij.

Als een half uur later de telefoon gaat, is mijn eerste gedachte: ‘Aah! Er ligt teveel keuze aan vis in de winkel! Ik hoop dat er dorade ligt maar forel is ook goed, of zeebaars…’
Maar nee. Wat ik door de telefoon hoor, is een hoop lawaai, of geruis, het lijkt wel water? En dan Paul erdoorheen: ‘Kun jij kijken of je het tankstation hier kan bellen?’
Het gebeurt in een flits van een seconde.
Tankstation bellen. Er is iets mis. Paul staat daar. O god, wat is er nou weer… geen geld meer. Kan niet pinnen, rijbewijs ingenomen. Ik moet ze bellen om garant te staan, ja, natuurlijk, ik moet ze zeggen dat ik eraan kom. En ik moet natuurlijk mijn pinpas meenemen. Dat heb immers al zo vaak moeten doen?

Een flits en dan direct het besef.
Oh nee. Dat was vroeger. Niet nu. Nu niet meer. Dat heeft niets met Paul te maken. Pffffff….. ik voel mijn adem weer ontsnappen en de spanning rolt van me af.
Een flits van een seconde duurde het, terwijl Paul gewoon doorpraat en ik met het hart in de keel luister en vrees voor wat er komt.
’Ja, ik zit hier vast, in de wasstraat……’ Ohh, gelukkig, zie je, niks aan de hand.
Maar dan veer ik weer op. Vast in de wasstraat? Mijn lief ging toch tanken en vis halen? Waarom dan ineens wasstraat? Maar ja, ik beantwoord die vraag ook gelijk zelf, want Paul is ook van de impulsen. Waarschijnlijk heeft een vogel iets op de auto laten vallen en dat moet eraf, meteen.
‘Vast?’ is dus het enige dat ik vraag. ’Hè?’
‘Ja, je weet wel, de autowasstraat en er gebeurt al tien minuten niks meer, ik sta stil met de auto midden in de wasstraat….. Haha! Hij gaat gewoon niet verder! Kun jij ze even bellen? Dat er even iemand komt kijken? Ik heb al staan toeteren en toeteren, maar niemand schijnt dat te horen hier in deze herrie…’

Ik kan het niet helpen, maar schiet toch in een klein zenuwachig giecheltje. Niks aan de hand dus en ja, tuurlijk wil ik bellen en ik ga gelijk op zoek. Op internet vind ik al snel het telefoonnummer en ik geef door wat er aan de hand is.
‘Wil je even gaan kijken wat er is?’ vraag ik het beduusde meisje, die niet goed weet wat ze moet zeggen. ‘Staat er iemand vast in de wasstraat? Jeetje! Ik eh….’ Met de telefoon loopt ze weg, even later hoor ik haar tegen iemand praten en hetzelfde geruis en lawaai als tijdens mijn gesprekken met Paul wordt nu steeds harder. En ja, ik hoor nu ook de stem mijn lief op de achtergrond! Hij roept iets over iets dat waarschijnlijk vastgelopen is, dat de auto stilstaat, dat er nu al een kwartier niks gebeurt en dat hij liever niet pas na sluitingstijd aangetroffen wil worden in de wasstraat…
‘Oh, ik zie het al’ hoor ik het kind zeggen, ‘één van de slangen is rond het wiel gelopen … Ah…. ga ik verhelpen en dan start hem opnieuw op…..’
Ze komt bij mij terug. ‘Ik ga even kijken wat ik kan doen hoor!’

‘Hallo!’ klinkt het vrolijk, na nog een half uur, als de voordeur dichtslaat, ‘Ik heb lekkere vissen hoor. En de auto is weer heel schoon! Ik kreeg zelfs een kopje koffie voor de schrik….’

Wat ik wel hoop, is ooit genezen te zijn van mijn traumatische reflexen, hoe kortdurend ze ook zijn.

(Visited 21 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *