Vuurkind – S.K. Tremayne

Net als in zijn twee andere thrillers heeft Tremayne ook hier veel aandacht voor het prachtige, woeste, magische Engelse landschap, dit keer van het uiterst puntje van Cornwall. De beschrijvingen van de oeroude mijnen zijn eveneens erg uitgebreid, voor de achtergond van het verhaal is deze informatie ook nodig om te weten, te voelen, te ervaren hoe het leven daar is geweest. Maar soms is het wel wat véél. 

Vuurkind

Alles lijkt Rachel voor de wind te gaan wanneer ze trouwt met de geheimzinnige, knappe David. Ze laat haar bestaan als single in Londen achter en verhuist naar het prachtige Carnhallow House in Cornwall. Hier vindt ze de liefde en de rijkdom die ze jarenlang zocht en neemt ze de zorg voor haar stiefzoon Jamie op zich. Eindelijk heeft Rachel het leven waar ze zo naar verlangde.

Maar perfect zal haar leven niet lang blijven. Jamie doet een huiveringwekkende voorspelling die haar niet meer loslaat. Zijn dreigende woorden dwingen Rachel in het verleden te graven.
Ondertussen begint ze haar kersverse echtgenoot steeds meer te wantrouwen. Waarom weigert hij te praten over Jamies vreemde gedrag? En wat is er precies gebeurd in de aanloop naar de vroegtijdige dood van zijn eerste vrouw? Met de donkere dagen van december in aantocht grijpt de angst Rachel naar de keel. Want wat als er waarheid schuilt in Jamies ijzingwekkende voorspelling?
‘Met Kerstmis ga je dood.’

Tremayne treft de verlaten sfeer van het grote landhuis heel goed, in het desolate landschap met de vreemde jongen als bijna het enige gezelschap voor Rachel. Het groeiende wantrouwen  van haar en David naar elkaar toe, het onvoorspelbare gedrag van het kind, de gewelddadige man die zijn materieel bezit vóór alles stelt, Rachels beladen verleden; ik kan me voorstellen dat het leven op zo’n plek onder die omstandigheden angstaanjagend moet zijn. 

Vuurkind’ wordt verteld vanuit wisselend perspectief, waardoor er via David af en toe tipjes van een sluier opgetild worden, tipjes die geen antwoorden zijn, maar de raadselen en geheimen juist nog groter maken. De hoofdstukken tellen af naar kerstmis en pas als ik eenderde van het boek gelezen heb, wordt duidelijk waarom dat is. (Eigenlijk jammer dat dit wel al in de beschrijving op de achterflap verklapt wordt.)

‘De mijngangen lopen door tot ver onder de zee’ …. Een mantra dat verschillenden malen terugkeert in het verhaal en dat de erbarmelijke werkomstandigheden van de mijnwerkers, hun lot, en het gevaar dat altijd op de loer ligt op een indringende manier benadrukt. Een geweldig boek, zinderend van suspense, het kluistert me aan de stoel tot de laatste pagina ….

Prometheus, 2016
349 pagina’s

(Visited 1 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *