Weitje

Mijn allereerste column schreef ik een jaar of twintig geleden, als praktijkopdracht tijdens de cursus Journalistiek. De beoordeling was positief en bemoedigend, maar belangrijker is dat ik me toen al realiseerde dat columns schrijven gewoon het allerleukste is. En dat vind ik nog steeds…
Ik vond de map met de opdrachten laatst terug. Met wat weemoed las ik hem door, maar hier en daar ook met flink gekromde tenen. Want nu zou ik een en ander toch wel iets anders opschrijven…
Maar ja
.

Voorjaar 1997

Het leek zo’n perfecte oplossing, de route naar school. Het was altijd rustig, ja, je zou het zelfs bijna landelijk kunnen noemen. En dat midden in de stad, op de grens van Voorburg met Den Haag. Je liep langs het spoor bij het station Laan van Nieuw-Oost-Indië, weliswaar met een gloednieuw ministerie aan de andere hand, maar ach, de ambtenaren staken slechts de straat tussen het station en hun werkplek over, verder had je daar geen last van. En dan: weilanden met heerlijk geurende kamille! Je deed je ogen dicht en waande je echt op het platteland. Geen verkeer, want het weggetje was geen doorgaande route of één met een bestemming. Alleen de schoolkinderen liepen er met hun moeders. ’s Ochtends heen, en ’s middags weer terug.

Ik ging al plannen maken voor onze oudste. ‘Als je broertje ook naar school gaat, mag jij zelf fietsen! Dan gaat hij bij mij achterop…’. Heerlijk was dat vooruitzicht.

Toen gebeurde er iets. Op een dag zag ik op ons weitje een graafmachine. De volgende dag stond er ineens een hek en een bouwkeet. De stoep werd afgeschaft, maar ja, er was nauwelijks verkeer, toch? Goed, ik was benieuwd wat er ging gebeuren, misschien een aanbouw voor het ministerie? Echt zorgen maakte ik mij niet.

Een week later ging ik het trottoir toch wel heel erg missen. Wat zijn die werkauto’s groot en bedreigend, als je met twee kinderen loopt van nog geen zes jaar oud! En, wat waren het er ineens veel…

Ik probeerde een andere route uit. Dat was niet zo’n succes. Daar reed namelijk al dat verkeer dat nooit de route langs het spoor nam.

Op een zag ik het ineens. Dwars door ons weilandje werd een weg aangelegd. Een kaarsrechte weg, bedoeld voor al die automobilisten die zo snel mogelijk op hun werk wilden zijn. Ik nam aan dat de gemeente wel zou zorgen voor oversteekgelegenheid voor al die schoolkinderen uit Voorburg. Dat is toch overal een hot item?

Maar helaas. Na maanden arbeid aan de weg bleek dat er helemaal níets gebeurde. Mijn teleurstelling was groot. Zelfs de stoplichten op het grote kruispunt iets verderop verdwenen ineens. Een heerlijk gladde racebaan voor de auto’s lag klaar. Ongehinderd door overstekende tweebeners of verkeerslichten mochten die voorbij scheuren. Wat genoten die mensen ervan!
Er verscheen ook een grote parkeerplaats bij het ministerie. Daar wilden de ambtenaren natuurlijk wel intensief gebruik van maken. En, wat denk je: als afslaand verkeer de lopende kinderen voorrang geven? Welnee, niet nodig, want het is het recht van de sterktste en de belangrijkste dat geldt.

De schoolkinderen? Helaas, weg is de veilige route. De gemeente had die niet opgenomen in het plan. Foutje. Wij, de moeders, klinken de kinderen aan ons vast en laveren tussen de uitlaatgassen door naar school.
’s Ochtends heen, en ’s middags weer terug.

(Visited 14 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *