Zwaluw

De zwerm fladdert rond, zit luidruchtig te kwetteren. Het is een kabaal van jewelste in die bomen met die zwaluwen. Ze kwebbelen met elkaar, communiceren, geven boodschappen door, om ineens als één vogel in razend tempo op te vliegen, weg, in mooie cirkels, met acrobatische toeren, salto’s zwenkend in de lucht.

De rode kater sluipt bij het zwembad van ons hotel bij Monemvasia als een zwerm zwaluwen net laag overvliegt. Ik hoor een enorm gefladder, maar mijn aandacht wordt ernaar toegetrokken omdat het afwijkt van het gewone. Er ruist paniek. In de bek van de kat herken ik een van de vogeltjes, slap naar beneden hangend. ‘Hij heeft er eentje te pakken, kijk nou!’ Parmantig loopt de kater weg, hij verdwijnt uit zicht met zijn prooi. ‘Ja, en de andere vogels zijn helemaal in paniek, zie je dat nou?’
Het is heel bijzonder wat zich dan afspeelt. Boven het zwembad, de plaats delict, vliegt de zwerm zenuwachtig rondjes, door elkaar heen, zonder hun normale structuur. De beestjes zijn er enorm van geschrokken dat een van hun troep gevangen is en ze beseffen dondersgoed dat ze die niet terug zullen zien.
En het is doodstil. Het gekwetter gestaakt, de onrust voelbaar, ze cirkelen rond de plek waar het gebeurd is. Ze scheren over het water, raken het af en toe. Een stille chaos, minuten lang. Is het een eerbetoon? Een ritueel, voor degene van de troep die plotse ling gedood is? En dan, plotseling, is het klaar. Als op een teken vliegen ze weg, met hoge snelheid.

De kater sluipt terug, zijn bek aflikkend, maar nu heeft hij het nakijken. In de verte hoor ik de zwaluwen weer, luidkeels kwetterend hebben ze de draad van het leven weer opgepakt.

(Visited 3 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *