Boom

Hij was maar twintig centimeter centimeter hoog. 

Ik liep met de jongens door het tuincentrum. ’Zoek maar iets leuks uit!’ riep ik. Verrukt prikte het wijsvingertje van Eerstgeborene naar een tafel vol conifeertjes. ’Deze!’ Die op de hoek moest het worden.
Hij was niet groter dan twintig centimeter.

Precies goed, vond ik. Voordat zo’n boom te groot wordt, ben je dertig jaar verder en ik was niet van plan om langer dan vijf jaar in de vinexwoning te blijven. Niks voor mij, zo’n gloednieuw huis in een wijk in aanbouw. Dus het schepje ging de grond, in de voortuin, een meter van de pui. Prachtig stond hij daar!

Mijn conifeertje had het naar de zin. Levenslustig liet hij zijn takken elke jaar een stukje groeien. Onverstoorbaar. Voor ons, bewoners, raasden gedurende de jaren binnenshuis heel wat stormen, maar daar had de boom geen boodschap aan en na vijf jaar naderde hij de hoogte van een meter. Trots  stond hij te pronken in de voortuin.
Het valt nog mee, dacht ik opgelucht, toen bleek dat ik langer dan vijf jaar in het huis zou moeten blijven. Zo snel gaat het gelukkig niet met een conifeer. Niemand heeft last van mijn boom.
Dat had ik misschien niet moeten denken. 

Want toen ik wéér keek, wuifde plotseling zijn top langs het slaapkamerraam en daarna ging het snel. Mijn conifeer zette de stutten erin, hij kreeg er zin in en schoot elk jaar nóg sneller de lucht in. Het uitzicht vanuit het slaapkamerraam verduisterde en bestond alleen nog uit conifeer. Dat kon me niks schelen, ik was zeer gesteld op de boom. 

Toen er na enkele jaren een duif in ging nestelen, was ik verrukt, maar helaas stond ik hierin alleen. Een paar dagen later was het nest weg. Ik was van slag, ik heb daar een paar dagen van moeten bijkomen, zo erg vond ik het. Twee jaar later deed de duif nog een poging. Ik zag het, maar hield mijn mond. Tevergeefs. Op onverklaarbare wijze verdween ook dit nest, met eitjes en al.

Ik kijk naar mijn conifeer.
Hij likt aan de dakrand, met zijn zes meter reikt hij ver voorbij het slaapkamerraam. Prachtig is hij. Statig neemt hij nog steeds zijn plek in de voortuin. Maar het moment kwam onvermijdelijk. Stilletjes hadden steeds meer mensen bezwaar tegen zijn bestaan ik moest het hoofd buigen. 
Mijn boom moet weg.

Morgen komen de boomomhakkers. Daar gaat hij, mijn reuzenconifeer.
En hij was maar twintig centimeter hoog, twintig jaar geleden…

(Visited 26 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *