Complot

‘Hello! Want to eat? Come, come, live music hier vandaag!’
De tavernahοuder, een korte man van zekere leeftijd, probeert ons zijn etablissement in te lokken. ‘Welkom!’
Het is lunchtijd, we besluiten er gehoor aan te geven. De muziek die naar buiten lekt klinkt leuk. Grieks, dus in mineur met een vleugje dramatiek. Met een tevreden uitbater achter ons aan stappen we naar binnen.
Hoe vaak eet je binnenshuis in Griekenland? Toch wel regelmatig gedurende een kalenderjaar, denk ik, en begin maart ook, zeker in het noorden, waar Thessaloniki ligt. 

De taverna blijkt klein. Zes tafeltjes. Op één stamgast na hebben we het rijk alleen. Wij lijken überhaupt de enige toeristen in deze mooie stad, tot nu toe. Nergens zie of hoor ik andere, maar zoals gezegd, het is pas begin maart.
De elektronische versterking die het muzikale trio aangebracht heeft, is absoluut overbodig. De ruimte is met gemak akoestisch te vullen. Eigenlijk is het nu zelfs te hard.
Maar wat geeft het? Het is aangenaam luisteren naar deze drie mannen, die met asbak en koffie voor de neus uit volle overtuiging Griekse liederen ten gehore brengen. Een zanger met een weemoedige oogopslag, een virtuoze bouzoukispeler en een gitarist.

‘Vis of vlees?’ vraagt de baas ons, zich tevreden in de handen wrijvend.
Vis of vlees? Nou nee, gewoon lunch. We stellen hem zichtbaar teleur door alleen om salade en wijn te vragen. 
‘No food?’ informeert hij voor de zekerheid toch nog even, de verbazing klinkt door in zijn stem. 
No food? ‘Eh… jawel, salade’, zeg ik. ‘Dat is toch voedsel? Oh, en wat brood!’
‘Natuurlijk,’ verzekert hij ons, met een geruststellend handgebaar. Moet hij die buitenlanders nou echt uitleggen dat dit vanzelf spreekt? Maar no food, dus. Sla en groenten tellen niet mee.

Zodra alles op tafel staat, voegt onze kroegbaas zich bij het zingende trio. Met een hand op het hart, de ogen gesloten, valt hij in met een dramatische tweede stem. Nu gaat het pas goed los, de mannen leven zich helemaal uit en beslist niet onverdienstelijk. Geamuseerd horen we het aan terwijl we onze choriatiki verorberen. Een verrassend lekkere, als je bedenkt dat de maker dit niet als voedsel beschouwt.

Er vindt druk onderling overleg plaats over het repertoire en meer Griekse liederen volgen. Onze baas doet ook weer mee, hij heeft toch niets te doen. Heel even sluipt er een andere gedachte door me heen. Zou dit straks ook op de rekening verschijnen? Ze houden ons wel heel erg in de gaten, ze richten zich steeds maar op ons. Concert, aangenaam verpozen, € 5? Lopen we in een val? 
Onzin, ik jaag de gedachte weer weg. Er is niemand anders voor wie ze kunnen zingen. We zijn nog steeds de enige gasten.

Op dat momenteel stapt een grote man naar binnen, met een oortje. Zo’n geheimzinnig communicatieoortje. Hij neemt plaats en werpt me een neutrale blik toe.
Zie je wel, denk ik gelijk.
Is het een taxichauffeur? Of toch een beveiliger? Ik zie hem even oogcontact maken met de stamgast, die tot nu toe al uren zit te niksen boven een karafje wijn; waar geen woord uit komt, tegen iemand. Hij kijkt alleen. Zit hij in het complot?

Het kwartet zingt nog steeds uit volle borst als de deur open gaat en er nog een man binnenkomt. In uniform. Ik herken hem als pakketbezorger. De dagelijkse realiteit keert plotseling terug voor onze kroegbaas. Met een spijtige blijk rukt hij zich los uit de muziek om pragmatisch met een weigerachtig scanapparaat in de weer te gaan, maar voegt daarna moeiteloos weer in.

Ik word weer wat onrustig als de baas stilletjes naar buiten glipt. Daar blijkt ineens nog een grote man te zitten, helemaal in het zwart gekleed. Ze beginnen een verhitte conversatie. Ik ben bijna overtuigd van een complot tegen ons als hij weer binnenkort en in het kantoortje een telefoongesprek voert, op on-grieks zachte toon.
Zie je wel. Straks worden we geboeid afgevoerd of zo. 

Onvermoeibaar zingt het trio door. Hoewel de zanger galant buigt, elke keer na onze applausjes, houdt hij ons in de gaten. Tot twee keer toe informeert hij, als ik naar buiten kijk, of ik de waiter misschien nodig heb. 
Zie je wel. 
Dus ik laat ik mijn blik maar vooruit gericht, hoogstens nog naar het trio, dat echt niet slecht is.

Maar als dan de kok ineens zijn jas aantrekt en zich vanuit de keuken zwijgzaam bij hen voegt, gaat het echt ongemakkelijk voelen.
Is hier sprake van samenzwering? Straks worden we…

Met een zucht kom ik terug in de realiteit. Mijn fantasie is wel heel erg met me op de loop gegaan. We rekenen af, alleen de consumpties. Natuurlijk.
Zie je wel.
De dankbare muzikanten krijgen een royale fooi en wij vertrekken in vrijheid. 

(Visited 20 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *