Doos

Daar staat hij, op de kopse kant van de stelling. Een friteuse, zo’n kleine vierkante, aluminium. Deze zoeken we! Hij staat er zonder de doos. Maar er staan geen ingepakte andere exemplaren, dus Paul pakt hem en klemt hem onder zijn arm. 

Direct komt er een verkoopster aansnellen. ‘Kan ik helpen?’ roept ze nerveus, al van verre, want ze ziet ook wel dat wij al bij de kassa zouden zijn als zij op de plek zou arriveren waar we nu staan.  
’Nou,’ roept Paul terug. ‘Mag deze zo mee?’ Hij wijst op het apparaat onder zijn arm.
‘Mee? Die? Ja hoor!’ Het meisje hijgt als ze bij ons tot stilstand komt. ‘Ja, ja, zeker, het is de laatste die we hebben! Maar hij zit niet in de doos.’ Dat hadden we ook al geconstateerd, en we vinden het niet erg. Zonder doos is ook goed. Maar ze gebaart ons tot stilte en spreekt in het microfoontje op haar revers. ‘Ik vraag even na of de doos er nog is! Dat is beter voor onderweg.’
Ik weet niet hoe ze onze rit naar huis voor zich ziet, maar ze klinkt zorgelijk. Tegenstribbelen zal niet helpen, dat is duidelijk, dus er zit niets anders op dan wachten op de doos. En nog wat rondkijken. Heen en weer slenteren.

Plots duikt onze verkoopjuffrouw om de hoek van de stellingkast weer op. ‘Oh sorry!’ roept ze, het klinkt geschrokken. Ze ziet ons nog steeds doosloos ronddrentelen. ‘Ik heb het gevraagd, maar….’
Inderdaad, nog geen doos te zien. Nog maar even heen en weer slenteren maar.
Dan zie ik een jongeman met ferme tred op ons aflopen. Hij wurmt de friteuse bijna onder Pauls arm weg, als ons juffrouwtje uit het niets ineens naast hem staat. Er volgt een conversatie tussen hen in het Grieks, die ik niet helemaal volg, maar het blijkt dat de jongen het merk van het apparaat wil weten. 
‘Ah, die! Okee!’ zegt hij dan en snelt weer weg. Op de een of andere manier ben ik hierdoor gerustgesteld. Er is niets mis met onze doos, waarschijnlijk. Alles komt goed.

En ja. Een minuut of wat later verschijnt er een andere dame, met een doos die ze trots voor zich uit houdt. Ze herkent de friteuse die erbij hoort en loopt op ons af. Dan volgt er een wonderlijk tafereel.
Midden in de winkel zeigt de dame op haar knieën voor ons op de grond, opent de doos, pakt de friteuse van ons aan en het grote puzzelen kan beginnen. Want hoe doe je een friteuse erg in zijn doos? Tussen lagen piepschuim en het instructieboekje in? 
Het lukt haar niet. Piepschuim breekt, past niet, vliegt in het rond. Om haar heen groeit een sneeuwlandschap aan piepschuimsnippertjes. Onze eigen juffrouw ziet het en komt erbij, knielt naast haar op de grond en ze gaan samen met doos, piepschuim en apparaat aan de gang. Het is een leuk schouwspel en als ze eindelijk samen de deksel dichtklappen, ben ik bijna geneigd te applaudisseren. Maar dan.

De dame van de doos neemt een plakkertje en een pen. ‘De prijs?’ vraagt ze aan het eerste meisje, dat de doos vervolgens paniekerig omdraait en omkeert. Geen prijsaanduiding te bekennen, nergens. Beiden werpen ons een wanhopige blik toe als de doos weer opengaat, want de friteuse moet er echt helemaal weer uit, met piepschuim en al. En daar zit het prijsetiketje, op de friteuse zelf geplakt. Opgetogen wijst de een ernaar, de ander schrijft een nieuw plakkertje dat ze met een klap op de doos bevestigt voordat het hele circus opnieuw begint. Friteuse terug in de doos, piepschuim (wat ervan over is) eromheen. Maar nu vlotter, nu ze weten hoe het allemaal zit.

We hebben een Doos. Met een pan erin. Een friteuse. Ja, eentje waar olie in moet, maar weet je, soms is dat gewoon lekkerder.

(Visited 15 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *