Draadjesvlees

Ineens vang ik het woord op. Het valt op, omdat ik alles verwacht, maar niet dat.
‘Draadjesvlees!’
Het komt van achter mij. Nieuwsgierig spits ik mijn oren, niet omdat het woord nou zo hemelbestormend is, maar wel de combinatie met de locatie waar ik me op dit moment bevind. 

We zitten bij de gate in Kalamata Airport, te wachten op het instapsein. Straks vliegen we terug naar huis.
‘Draadjesvlees!’ Een zware mannenstem overschreeuwt een groepje tamelijk luidruchtige landgenoten. Ik kan ze niet zien, want ze zitten achter mij. Een grijns verspreidt zich over mijn gezicht.
‘Man, héérlijk. Ik verheug me er al op om weer gewone dingen te eten…’
Er volgt wat instemmend gemompel door zijn reisgenoten. 

‘Het is een mooi land hier, hoor, Griekenland’ gaat de stem verder. Zijn accent verklapt een Amsterdamse achtergrond. ‘Zeker wel. Weet je nog, we hebben zo’n mooi tochtje gemaakt! Met een boot, helemaal langs de kust zo, en al die bergen die je ziet….’
Een vrouw is het met hem eens. ‘Ja, dat heb je bij ons niet!’
‘En ik zag toch een mooi huis joh, op een heuvel ergens! Pfoe, daar zou ik nou best wel in willen wonen hè…..’
Enkele reisgenoten vallen hem bij. ‘Ja, je die huizen die je hier ziet…’
‘Hoewel, weet je,’ gaat de man door. Afgaand op zijn stemgeluid stel ik me een stevige, gespierde krachtpatser voor. ‘Nou gaan we weer lekker naar huis en ach, dan ben je dat allemaal zó weer vergeten, joh. Dan hoeft het allemaal niet meer zo. Het lijkt allemaal wel mooi, nu je hier bent, maar…’ Hij valt zichzelf in de rede. ‘En dat eten hier dan! Wat je hier krijgt, die gekke dingen, brrr…. Wat dat allemaal is? Ik snap er soms helemaal niks van. En die enorme porties steeds!’
‘Ja, maar je dóet hier ook niet echt veel,’ komt het argument van een andere reislustige Amsterdammer, ‘Je hebt bijna geen beweging hier, dan heb je dus ook niet zoveel trek!’
‘Maar… goedkoop hè. Buiten de deur eten kost hier bijna niks!’ roept de eerste man.
Langzamerhand ben ik reuze benieuwd wie er nou eigenlijk op de bank achter mij zitten. Ik draai me een beetje opzij om een glimp te kunnen opvangen, terwijl de man onvermoeibaar dooruit zicht oreert.
‘Met z’n tweeën ben je hier maar twintig eurootjes kwijt, hoogstens vijfentwintig. Moet je bij ons eens proberen, dan leg je toch al gauw zo’n 70 euro neer!’
Een reisgenoot toont zich een rekenwonder. ‘Klopt! Met z’n vieren was het steeds 40, 45 euro!’
‘Ja! Precies. Dat wel!’ 

Ik moet grinniken. Niks gespierde krachtpatser. De spreker is kort en gedrongen, van middelbare leeftijd. Zijn hoofd is kaal als een biljartbal, en hij loopt een beetje rood aan – maar dat kan ook door de zon zijn gebeurd. Van top tot teen is hij gekleed in het wit. Zijn blik is strijdlustig.
Hij staat op van de bank en blaast zichzelf zoveel mogelijk op, om vervolgens parmantig heen en weer te gaan paraderen.
‘Thuis eet je al die rare dingen niet meer… Geef mij maar lekker maaltijdsoep, of draadjesvlees! Man, héérlijk!’ 

(Visited 19 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *