Elpees

Het besluit is genomen. Ik ga mijn oude LP’s uitzoeken.
Mijn aanzienlijke collectie die de afgelopen 25 jaar in een hoek op zolder heeft gestaan is te groot voor onze verhuisplannen. Ik moet gaan kiezen, iets waar ik niet zo goed in ben. Maar er zit niets ander op. Ik sjouw alle dozen daarom naar beneden en ga er eens lekker voor zitten, ik heb tenslotte de tijd aan mezelf (wat went dat snel!) En jeetje, via de ene na de andere plaat die door mijn handen gaat, trekt mijn hele muziekverleden zó aan me voorbij.

Ik ben weer zeventien als ik door de grote stapel dwarsfluitplaten blader, en vergeef mezelf de begerigheid, het volledig kritiekloos opzuigen van alles wat ik blind idolaat in de jaren vóór mijn studie tegenkwam. Het zou nog veel erger zou worden natuurlijk, maar daar had ik echt nog geen idee van. Had ik het over kritiekloos? Bijna beschaamd leg ik de barok-concerten naast me neer. Wat een vreselijke romantische, ondoorzichtige, dichtgevibreerde uitvoeringen allemaal, maar wat genoot ik toen spontaan en onschuldig van die baslijn… Ach, waar ik later van zou gruwelen, daar had ik helemaal nog geen erg in.
En daar is Mozart ineens! En Chopin. Mendelssohn. Ik zit weer achter mijn bureautje huiswerk te maken, mijn eerst, simpele pick-upje naast me. De onvoldoendes die ik als gevolg daarvan kreeg op school heb ik mijn moeder nooit durven uitleggen.

O, het volgende stapeltje wordt persoonlijker. Strijkkwartetten door het kwartet van Ben, mijn cellodocent. Die jaren studie, waar geen eind aan leek te komen, ik word daar toch weer een beetje weemoedig van. En dan kom ik nu pas bij Schuberts strijkkwintet, de kamermuziekavonden op het conservatorium met deze heerlijke muziek, Ben die luidkeels met de hand op het hart verkondigt ‘verliefd te worden op élke cellist die dit speelt, of het nou een man of vrouw is….’
Muziek van een transparante, griezelige schoonheid, die soms nauwelijks te verdragen is. Ook nu, als ik het weer hoor. Ik kan het niet luisteren zonder weer terug te zijn. Net als Schuberts liederen, grijsgedraaid in mijn studentenflatje in Groningen. Afhankelijk van mijn gemoedsrust was dat himmelhoch jauchzend of zum Tode betrübt. Niet te doen op baaldagen, dan verdroeg ik deze muziek echt niet en propte ik ze gauw terug in de kast.

Ik draal bij de doos met cello-platen. Al die concerten, uitvoeringen door allerlei bekende cellisten, ja die moest je hebben natuurlijk, eindeloos interpretaties vergelijken. En maar dromen over een toekomst waarin je zelf de sterren van de hemel zult spelen, ha! Pas jaren later ben ik gaan beseffen ik in wat voor ongelofelijk bubbel je zit als muziekstudent. De bubbel van de muziek, waar je na je afstuderen uitgegooid wordt om de echte wereld in te stappen en je oogkleppen subiet afvallen.

Mijn mijmeringen stoppen als ik de lp’s met gambamuziek oppak, en die met Vivaldi, Mozart en Beethoven op originele instrumenten. De verademing van toen voel ik nog steeds. Overdonderd hang ik weer op mijn bank, zoveel helderheid, zo’n transparante en boventoonrijke klank had ik nog nooit gehoord. Het moment herbeleef ik nog precies, het ontstaan van mijn muzikale bewustzijn, of noem het een groeiend kritisch besef: dít is wat ik wil. Dit raakt me tot diep in mijn ziel.
En dan, oh, de Arpeggione-sonate van Schubert! Ik voel weer die urgentie om dat stuk op mijn eindexamen te spelen, het kon me niet schelen dat niemand dat ooit kiest. Ook Ben is verbijsterd, maar hij ziet mij en beseft dat ik me niet laat tegenhouden. ‘Okee doe maar!’

Toch komt het pijnlijkste deel nu pas. De doos platen uit het ouderlijk huis, drie jaar geleden meegenomen nadat mijn moeder overleden was. Het jeugdsentiment, het gevoel van de zondagmiddagen waarop altijd platen gedraaid werden, de herinneringen doen zeer. Ik kan het niet beluisteren zonder weer vijftig jaar terug te zijn in de tijd.

Maar ik moet keuzes maken. Welke blijven? Welke niet? In mijn kamer ligt nu een ruime selectie mij verwachtingsvol aan te kijken. Een zeer zorgvuldig geselecteerd deel dat met me mee gaat naar onze volgende woonstek. Een ander deel niet. Dag jeugd!
Maar het maakt niet uit, want het is natuurlijk niet echt verdwenen. Het zit in mij. Wat ik wegdoe zijn alleen maar de tastbare aanknopingspunten. De luikjes naar mijn herinnering kan ik sowieso wel openen, als ik dat wil.

Heftig, dat waren al die jaren wel. Een beetje weemoed steekt de kop op, nu. Maar voor het laatst. Het is genoeg. Ik heb het niet meer nodig, ik wil het niet meer. Het leven gaat door!

(Visited 24 times)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *