Finse dagen – Herman Koch

Als negentienjarige ontvlucht Koch halsoverkop zijn leven. Om het verlies van zijn moeder te verwerken, maar ook slaat hij op de vlucht voor zijn dominante vader die beslissingen van hem eist die hij voor zichzelf allang  genomen heeft maar die zijn niet wat zijn vader wil horen. Dat dit slechts uitstel is, beseft hij zelf ook wel.

In Finse dagen vlecht Koch het verleden door heden. Zijn reis in 1973 loopt dwars door die in 2012, het jaar dat hij terugkeert naar Finland, steeds maar gedreven door een interne strijd met zichzelf, waarbij hij angstvallig alles van zichzelf verborgen probeert te houden voor de buitenwereld. Mensen mogen vooral niks van hem, aan hem merken. Hij doet zijn uiterste best om de schijn op te houden dat het allemaal prima gaat. Hij voert een soort quasi- bestaan op, waarin hij echter niet in staat is om goed voor zichzelf op te komen. Tegelijkertijd  is er de drang om zichzelf voortdurend verantwoorden voor iedereen.
Koch beschrijft op een prachtige manier hoe het geheugen werkt, wat herinneringen doen, hoe sommige haarscherp blijven en andere compleet kunnen verdwijnen.

Het geluk dat in het alleen-zijn schuilt is uitsluitend uit te leggen aan mensen die ook nerveus worden wanneer ze te lang in het gezelschap van hun medemens hebben moeten verkeren. Mensen die die ongemerkt verdwijnen op […] feestjes, bijeenkomsten – ze nemen van niemand afscheid, dat duurt te lang en trekt vooral te veel de aandacht, ze zijn in één keer verdwenen […].

In het tweede deel blikt Koch voornamelijk terug op zijn jeugd, op de ontdekking van zijn vaders ontrouw, het overlijden van zijn moeder en de jaren daarna, waarin zijn vader introk bij zijn vriendin, door Koch consequent ‘de weduwe’ genoemd. Het is allemaal beschreven in een soort vogelvlucht, op afstand, maar tegelijkertijd heel indringend. Verschillende tijdlijnen lopen door elkaar heen, ze vloeien op natuurlijke wijze in elkaar over, ze fungeren als uitwijding tijdens beschrijvingen van gebeurtenissen. Ze laten ons precies zien hoe het geheugen werkt: wat Koch nog precies weet en vooral steeds benadrukt wat vergeten is, of wat hij nooit heeft willen vertellen. Een prachtig beschreven reis door Kochs hoofd dus, dit boek.

Tijdens zijn reis in 2012 ontdekt hij ergens een dichtbundel die over zijn verblijf in 1973 blijkt te gaan. Hoewel hij ziet wie de schrijver is, onthult hij het niet direct. Uiteindelijk laat hij het aan de lezers om zelf conclusies te trekken, maar op een prachtige, vloeiende manier staan er uiteindelijk wel degelijk mededelingen tussen de regels. 

Als hij een paar jaar later nog een keer naar Finland gaat, nu met zijn vrouw, blijft het onbesproken waarom hij liever heeft dat zij bepaalde dingen niet te weten komt, maar ook hier heeft de lezer aan een half woord genoeg. Echter zonder de garantie dat hij het bij het rechte eind heeft. Koch is een meester in het bespelen van zijn eigen gedachtes, maar ook die van anderen, van ons, de lezers.

Dit boek is echt heel persoonlijk. Het gaat echt over het diepste van Koch zelf. Mooi, boeiend, het leest net zoals hersens werken bij het terughalen van herinneringen. 

Anbo|Anthos, 2020
308 pagina’s

(Visited 3 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *