Giorgios

‘Pas op, dat gaat niet!’ roept hij, of in ieder geval Griekse woorden van gelijke strekking.
Dat hadden wij eigenlijk ook al gezien. Het gaat niet.

Wij wilden de omgeving een beetje verkennen, uitgerust met stevige stappers dachten we misschien rechtstreeks vanuit de olijfgaard naar beneden, naar de weg te kunnen klauteren. Maar dat ging niet. 
Onze gaard loopt veel te steil af en de openingen in de terras-muurtjes bestaan uit grotendeels losse, dus wegrollende keitjes.
‘Gaat niet!’ riep ik al uit, benauwd, want ik zag mij zó op mijn achterste naar beneden stuiteren.

‘Dat gaat niet!’ horen we dus ineens, het komt vanaf het huis schuin onder ons. Dat moet dan wel onze buurman zijn, die ik tot nu toe alleen nog in de verte had gespot. Hij staat op het punt waar ons terrein bij de weg uitkomt – een steile helling van een meter of drie. ‘Daar spring je niet makkelijk van af!’ wijst hij. Ik vermoed althans dat dit de vertaling is van wat hij zegt.
‘Nee, inderdaad, lukt niet he?’ reageert Paul lachend, in het Engels. ‘We gaan terug en lopen via de andere kant!’
Ik maak al rechtsomkeert en sta snel weer boven. Even omlopen via de gewone weg lijkt me makkelijker en veiliger dan mijn benen breken. Maar de buurman, behulpzaam als Grieken zijn, laat ons niet zomaar gaan.
‘Nee, kom, je kunt hier langs!’ hoor ik.
‘Okee!’ Ik zie Paul uit mijn gezichtsveld verdwijnen. ‘Oh, bedankt, ja, daar zal het wel lukken. Kom maar, we kunnen hier langs!’ Het laatste is tegen mij, maar ik wil eigenlijk niet wéér dat hellinkje afspringen.
‘Waar ben je? Hij staat te wachten!’ Paul verschijnt weer even vanachter de struiken. ‘We mogen dáár langs…’
Ik waag het er dan toch maar op en sta even later met een slechts heel licht verstuikte enkel weer naast hem.
‘Hallo!’ groet de buurman ons, ik kijk recht in een vriendelijk lachend gezicht. ‘Kom maar, hier, kijk!’ Hij wijst naar een smal paadje, ook steil, maar wel enigszins begaanbaar.
We blijken nu op zijn erf te staan. Voorzichtig laten we ons langs de muren van zijn huis naar beneden zakken.
‘Thank you!’ zegt Paul, ‘We just wanted to try, but …’ Maar de goedwillende man spreekt duidelijk geen woord Engels en begint een uitgebreide verhandeling, waarvan ik gelukkig een paar woorden opvang. Peripatisies? Volta?

Na peripatisies? Willen jullie gaan wandelen?’ Hij wijst een paar richtingen op. ‘Mia volta? Wandeling?’
Ik knik. ‘Nai nai! Ja!’
Wandelen, slis ik naar Paul, die me met zijn gezicht vol vraagtekens aankijkt. O ja. Waarna hij met handgebaren een poging onderneemt de woordenstroom van de man te onderbreken.
Milate li-go, líiii-go Ellinika, we spreken maar een béétje Grieks…’ Dus graag langzamer, wil hij toevoegen, maar buurman vat dit op als een uitnodiging voor een nieuw verhaal. Een paar keer nog filter ik de woordjes wandeling, hier en mooi eruit, terwijl hij ons verwachtingsvol blijft aankijken. Waarschijnlijk geeft hij ons allerlei tips over de mooiste wandelmogelijkheden. ‘Oreia volta edo!  Mooie wandeling hier!’ Met een armzwaai richting berghelling.
‘Nai! Mia volta ekie!’ antwoord ik, wijzend, dáár willen we even gaan lopen.

Dan heft Paul resoluut zijn armen. ‘Me lène Pavlo! Ik ben Paul. Wat is uw naam?’
‘Ah, Pavlo!’ Dat verstaat hij, de waterval aan woorden stopt gelijk. Een brede grijns verschijnt om zijn mond die al zijn lachrimpels nog eens versterkt. ‘Giorgios. Me lène Giorgio! Aangenaam!’ De hand gaat op het hart.
‘Giorgio! We will soon speak again!’ zegt Paul, de ander begrijpt de strekking wel. ‘Nai. Ja. Fijne wandeling! Je kunt dus hierlangs hè!
Met een vriendelijk knikje draait hij zich om, zijn erf op.

(Visited 39 times)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *