Jongeren

Je kon er niet omheen. Tijdens de eerste coronagolf werd het ons voortdurend toegeschreeuwd vanaf de tv, vanuit de krant, om nog maar te zwijgen over de social media.
We waren ten einde raad, toeterden ze, want we wilden zó graag iedereen gewoon lekker knuffelen, we misten nu alle contacten enorm en moesten alle bezoekjes van vrienden ontberen. 
‘We hadden er met z’n allen zó’n behoefte aan!’
‘Maar het mócht niet!’

Ik kon het niet helpen, bij deze watervallen aan opgedrongen emoties moest ik fronsen. Hoezo, missen en ontberen? Contacten, vrienden? Is er iets veranderd? We zitten thuis, maar wat is het verschil met vroeger, het pre-coronatijdperk?
Deze vraag liet ik bezinken en het toch wel ontluisterende antwoord kwam al snel naar boven. 
Geen. Er is geen verschil. 

Knuffelen? Bij ons thuis werd vroeger nooit geknuffeld. Mijn gezin van herkomst was afstandelijk. Men raakte elkaar nauwelijks aan en praten over je gevoel was not done. ‘Doe niet zo mal, zeg’. 
Ter compensatie ben ik met mijn eigen gezin altijd enorm knuffelig geweest, tot het moment dat mijn jongens de leeftijd bereikten dat ze daar geen prijs meer op stelden. Zo’n twee à drie keer per jaar ontmoeten we goede vrienden, de jongens flitsen af en toe langs, maar verder is het eigenlijk heel stil hier. Dat is nooit anders geweest. De deur platlopende contacten of bezoek van familie hebben we niet. Less is more, ik heb nooit echt behoefte gehad aan veel méér.
Nu word ik echter ruw met de neus op de feiten gedrukt dat dit bij de rest van Nederland heel anders is, als ik de media mag geloven. Kennelijk ben ik niet normaal.
En hier blijft het niet bij. 

We zijn een coronagolf verder en de media raken niet uitgepraat over het lot van de jongeren. Die hebben het zo zwaar, ze zouden niet kunnen leven zonder het contact met hun vrienden, zonder tijdelijk afzien van vertier; ze zouden niets liever willen dan naar school gaan. Berichten hierover buitelen over elkaar heen. Corona-maatregelen vormen een groot gevaar voor hen. Ja, als we niet oppassen, stevenen we af op een regelrechte ramp en zijn binnen de kortste keren alle jongeren ziek.
Verbijstering laat mijn wenkbrauwen de lucht invliegen.

Moeiteloos herken ik mijn eigen jeugd, praktisch zonder vrienden, contacten of bezoek en eigenlijk altijd alleen. Thuis vermaakte ik me prima. Klopt, sociale vaardigheden heb ik niet geleerd, naar school ging ik elke dag met lood in de schoenen, in een groep weet ik me geen raad, nog steeds niet. En ik vraag me iets af.

Hoe is het met de jongeren die op school helemaal geen contact hebben? Sterker, van wie hun schooltijd door pesterijen en treiterijen tot een hel gemaakt wordt, die elke dag de school zo snel mogelijk ontvluchten door toedoen van klasgenoten, die geen kans hebben op vrienden en sociale activiteiten, die gedwongen thuis zitten? Gepeste kinderen zijn altijd ongelukkig en alleen. Zij worden ziek en dat is een permanente situatie. En niet, zoals voor de klagende jongeren van vandaag, een tijdelijk afzien. Als dat eens tot ze door zou dringen.

Destijds wist ik ook niet beter. Maar kennelijk was het verkeerd en ben ik al 60 jaar ziek.

(Visited 15 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *