Omarmd

Ze vinden het heel gewoon, hier in dit land.

‘Welkom in jullie huis! We hebben wat lekkers gekocht voor jullie, als welkom’, meldt Kyriakos, onze huisbaas, wijzend naar een paar chocolademuffins en een notenrepen op de keukentafel. Hij en zijn vrouw wilden ons graag verwelkomen bij ons nieuwe huis, dat vonden ze veel gastvrijer dan ons bij het kantoor de sleutels laten ophalen. Ze moesten daar twintig kilometer voor rijden, en weer terug. 
‘En er staat ook wat wijn, rood en wit. En we willen jullie uitnodigen om met ons ergens iets te gaat eten binnenkort? Gewoon, als welkom?’
Ze vinden dat heel gewoon.

‘Hallo! Gaat het goed?’
We horen het zowat dagelijks; vanuit tuinen, van een oude buurman, met zijn stok heen en weer schuifelend over zijn veranda, op straat, tijdens een wandelingetje, door de schaapherder met zijn kudde, door olijvenplukkende dorpelingen, breeduit zwaaiend als we langsrijden.

Ze wisten allang dat we zouden komen, het bericht was al rondgegaan ver voordat wij arriveerden.
‘Jullie komen uit Holland, hè? Jullie schrijven? We hebben het al gehoord…’ Een beetje conversatie in ons luttele Grieks lukt wel, maar uitleggen hoe dat met dat schrijven zit laten we nog maar even achterwege.
‘We spreken elkaar nog wel!’

Iemand roept me als ik van de afvalbak naar huis terugloop. ‘Hallo! Gaat het goed?’
Het is Maria, ze komt vanaf haar erf naar me toe en stopt een zak met granaatappels in mijn hand. ‘Alsjeblieft.‘ Ze straalt, het lijkt alsof ze nog iets wil zeggen, maar ze ziet er vanaf, onzeker of ik haar zal begrijpen. Daarvoor in de plaats schenkt ze me een beetje verlegen lachje en ik bedank haar in mijn beste Grieks.
Ze knikt. ‘Alstublieft!’ Geniet ervan, zegt haar mimiek.Ze vindt het heel gewoon.

‘Hallo!’ Er volgt een heel verhaal dat we niet kunnen volgen, maar de gebaren van het oude wijfje op de dorpsstraat zijn duidelijk genoeg. ‘Hier, paprika’s, uit onze tuin.’ Ze stopt Paul er een stuk of wat toe. Een wegwuifgebaar en vriendelijk lachje, voordat ze zich weer omdraait. ‘Alstublieft!’
Ze vindt het heel gewoon.

‘Dit is voor jullie, van ons’. Met een brede glimlach overhandigt Vangelis, onze buurman, mij een grote, zware plastic fles. ‘Olijfolie, net versgeperst van onze bomen.’ Weer ben ik overdonderd. ‘Echt?’ Vijf liter! Ik bedank hem. Hun olijfolie is een deel van hun inkomen, het is handel, maar ze geven het weg.
‘Voor jullie!’
Ze vinden dit heel gewoon.

Het ís hier ook heel gewoon, in dit land. Gastvrijheid is hier uitgevonden.
Nergens waar ik tot nu toe gewoond heb, heb ik me zo omarmd gevoeld als hier in dit klein Griekse dorpje. Ik kom helemaal tot rust.

(Visited 53 times)

One Comment

  1. Zij zijn blij dat jullie er zijn ! Is dat geen welkomgevoel . Ik gaf in de 12 jaren dat ik naar Kreta ging portretjes die ik tekende aan hen en jullie zouden mooie foto’s aan hun kunnen geven vaak hebben zij dat niet.

    Mieke

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.