Grijs

De blik van mijn jongste, als hij de deur binnenkomt. Hij staart me aan, zijn mond zakt langzaam een beetje open. Ik grijns. ‘Wat?’
‘Mam,’ krijgt hij er met wat moeite uit. Hij wijst naar mijn hoofd, een plagerig lachje vormt zich om zijn mond. ’Grijs. Je. Bent. Grijs.’
‘Klopt!’ roep ik. ‘Ik verf niet meer!’

Piep

Wat nou weer?
Het is er al een tijdje, realiseer ik me. In eerste instantie negeer ik het, want er piept wel vaker wat in huis. Maar dit blijft maar met tussenpozen van een minuutje terugkomen en in mijn verbeelding is het elke keer harder. Dit wordt irritant.

Draadjesvlees

Ineens vang ik het woord op. Het valt op, omdat ik alles verwacht, maar niet dat.
‘Draadjesvlees!’
Het komt van achter mij. Nieuwsgierig spits ik mijn oren, niet omdat het woord nou zo hemelbestormend is, maar wel de combinatie met de locatie waar ik me op dit moment bevind.

Hondjes

De rij is niet zo heel erg lang. Met een stuk of zes reisgezelschappen voor ons sluiten we blijmoedig achter aan. Het enige jammere is dat er achter de balie nog niemand zit. Maar omdat er allerlei mevrouw-tjes druk heen en weer lopen, heb ik er toch vertrouwen in dat we het vliegtuig wel gaan halen.

Nostimo

‘Ah, nostimo….’ Een grote glimlach verschijnt op zijn gezicht. ‘Een heel mooi woord, nostimo’. Liefkozing klinkt door in zijn stem. Intussen gaat hij verder met het stapelen van onze lege borden.

We hebben zojuist weer heerlijk gegeten in een taverna aan de baai en Paul heeft de ober gecomplimenteerd. ‘Itan poli nostimo! Het was erg lekker!’

Huren

Huren”
‘Huur! Echt, huren. Koop niks.’
Deze verzuchting komt uit de grond van haar hart. ‘In ieder geval om te beginnen. Weet je, ik heb het meegemaakt. Zo’n tien jaar geleden gingen wij naar Griekenland met geld genoeg om het anderhalf jaar te kunnen uithouden.’