Piep

Wat nou weer?
Het is er al een tijdje, realiseer ik me. In eerste instantie negeer ik het, want er piept wel vaker wat in huis. Maar dit blijft maar met tussenpozen van een minuutje terugkomen en in mijn verbeelding is het elke keer harder. Dit wordt irritant.

Ik herken het wel, maar ik wil het gewoon niet weten. Toch kom ik er niet onderuit. De batterij van een van de rookmelders is leeg. De rookmelders werken allemaal ook op elektriciteit. Ik vraag me af waarom er dan in ’s hemelsnaam een batterij inzit, maar ja, dat is natuurlijk voor de zekerheid, voor het onwaarschijnlijke geval dat de stroom uitvalt. Zodat de rookmelder het gewoon blijft doen. Zo’n batterij houdt het ze tot acht jaar vol.en dan begint het feest. Onverbiddelijk gepiep, geloof me, daar ga je echt iets aan doen. 

Ooit, bij de eerste keer dat dit gebeurde, dacht ik: ik doe er gewoon géén batterij in. Laat het lege batterijklepje lekker open staan – voor altijd klaar! Maar nee, dat ging niet op, het ding piepte ondanks alles elke minuut. Hoe weet hij nou dat zijn klepje leeg is? Ik duwde er uiteindelijk toch maar een 9-voltje in. 

We hebben drie van die rookmelders in het huis, één op elke verdieping. Ze hangen zo hoog mogelijk. Op zolder betekent dat dus helemaal in de nok ja. Waar geen normaal mens ooit bij kan. En ook nog eens pal naast het trapgat. Wie verzint zoiets?
Terwijl het gepiep onverstoorbaar doorgaat,  proberen we erachter te komen welke van de drie de boosdoener is. Laat het niet die op zolder zijn, alsjeblieft. 

Maar helaas. Dat blijkt toch de plek waar piepjes vandaan komen. Shit.
Moedeloos kijken we elkaar aan. Want alles goed en wel, maar hoe komen we daar bij? We laten het een paar uur rusten.
‘Toch maar doen’, mompelt Paul ’s avonds. ‘Het is dan wel niet heel erg hard, maar het gaat toch irriteren…’
Ik knik. De nieuwe batterij ligt ook al stiekem klaar. ‘Morgen?’ stel ik voor. Dan moet het maar.

Blijft de kwestie: hoe komen we er bij? Het is écht hoog. Onze trapleer is veel te laag.
‘Op de droger klimmen,’ stelt Paul nuchter vast. ‘Er zit niks anders op.’
Paniekerig kijkt ik hem aan. Op de droger? Die staat boven op de wasmachine en het hele gevaarte bevindt zich direct naast het trapgat! Twee hoog! Eén groot trapgat!
Maar ja, ik moet hem wel gelijk geven, het moet er toch van komen. Een andere manier is er niet.

Eenmaal bovenop de trapleer, klimt Paul uiterst voorzichtig op zijn knieën de droger op. Ja, Paul; niet ik. Ik krijg al hoogtevrees op een Ikea-trapje van twee treden. Paul dus.
‘Gebeurt niks hoor!’ stelt hij mij gerust, en zichzelf waarschijnlijk ook.
Zo makkelijk is dat allemaal niet, op onze leeftijd. Ik sta ernaast en wijk geen centimeter, klaar om hem zo nodig op te vangen als de stapel huishoudelijke apparaten omvalt.
‘Ik heb mijn bril nodig!’ klinkt het dan, ergens in de hoogte. ‘Pak jij hem even?’
Nee hè.
Moet ik toch wijken. Moet ik de trap loslaten om die bril te halen, helemaal beneden.
‘Okee dan!’ Weigeren heeft toch geen zin. ‘Maar jij blijft daar en je verroert geen vin!’ zeg ik streng.
Er is ook nog een schroevendraaier nodig, daarna weer een andere schroevendraaier, waarvoor ik steeds maar mijn post moet verlaten en Paul staat echt tijden te prutsen aan die vermaledijde rookmelder. Ver, heel ver boven mijn hoofd. 

Ik krijg het plaatsvervangend steeds warmer. Net als ik wil voorstellen om het elektriciteitsdraadje in godsnaam maar los te rukken (dan maar geen brandmelder op zolder! Dom, dom! Weet ik.) klikt het ding vast en een stilte daalt neer. 

Het piepen stopt.
Stopt!
Heel voorzichtig, voetje voor voetje, daalt Paul van de droger terug op de trapleer. Pff,  zijn we zo langzamerhand niet te oud voor dit soort fratsen?
‘Poepoe,’ zegt hij, eenmaal weer veilig op aarde, ‘Je wil toch liever niet in dat gat vallen zeg…’ 

In ieder geval zijn we weer voor acht jaar verlost van de piep. Hoewel … die andere twee? Wanneer zijn die ook al weer aan de beurt? 

(Visited 43 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *