Vrij

Nog vier jaar zou ik moeten. Vier jaar! Nou, dat gaat me niet lukken, langzaamaan wordt het onoverkomelijk, ik zie er als een berg tegenop. Steeds kostbaarder wordende tijd verspillen aan een baas, mijzelf een hele dag laten opsluiten in een gebouw, in één ruimte met mensen die ik zelf niet gekozen heb? Het kost me met de dag meer moeite. Doorwerken tot aan mijn officiële pensioendatum? Ik dacht het niet.

Ergens begrijp ik mezelf ook niet helemaal, want ik heb er een slordige 40 werkzame jaren op zitten en het was nooit echt een probleem. Tot een paar jaar terug. Tot ik 60 werd.
Het gedachtespinseltje van onvrede sloop op een dag ineens op slinkse wijze mijn brein binnen. Ik kon het heel snel weer wegdrukken, niks aan de hand. ‘Willen? Je hebt niks te willen. Brood op de plank moet er komen!’
Maar de gedachte kwam terug en liet zich niet meer wegdrukken, drong zich op, steeds vaker en hardnekkiger, en niet alleen in mijn brein, maar hij nam mijn hele lijf over, niet meer te negeren. Evenmin de begeleidende, irritante vragen.
Wat wil ik nou?
Wat willen wij?
Wordt het niet eens tijd om een andere keuze te maken?
Waarom wachten?
Wat telt nou het zwaarst?

Jaja, het schuldgevoel ken ik ook; het schuldgevoel, mij door anderen aangepraat. ‘Hoe durf je te klagen! Jij hébt tenminste een baan, wees blij!’ Ja, dat weet ik (ja ma, echt.) en ik weet ook best hoe het is als je wanhopig werk zoekt, want in mijn loopbaan heb ik ook af en toe zonder gezeten. Maar het gaat nu even niet om anderen, maar om míj en mijn leven.


Al een paar jaar geniet ik van de zogenaamde seniorendag, extra vrije tijd in ruil voor wat geld. Wat een verademing! Die 35 jaar fulltime werken, hoe heb ik dat in ’s hemelsnaam volgehouden? Oké, er zaten een aantal slopende jaren tussen, waardoor mijn aandacht op alles behalve mijn werk gericht was, maar dan nog? Maar toen de realiteit van mijn baan weer meer tot mij doordrong en ik de eindeloze jaren voor mij uitgestrekt zag, greep ik, voordat de totale moedeloosheid kon toeslaan, de eerste de beste kans die ik zag. Minder werken bleek een uitkomst.
Tijdelijk.

Want toen werd ik 60 en mijn energie bleek op te geraken. Lusteloosheid verankerde zich in mijn hele lijf. Bekaf sleepte ik mezelf nog een paar jaar voort. Niets kon de uitputtende vermoeidheid verminderen. Langzaam moest ik mezelf toegeven dat ik nu in een andere fase kwam en andere behoeftes had. Doorgaan met werk wat ik eigenlijk helemaal niet leuk vind, wordt alsmaar onoverkomelijker. Mijn baantje is bepaald niet mijn passie, of een tot werk uitgegroeide hobby, of zo. En de kostbare tijd, de tijd van leven, tikt maar door.

Voorzichtig slopen mijn gedachten de richting op van vervroegd pensioen. Stel je voor! Zou het….? Dat betekent flink minder inkomen, dat wel. Er moet nog steeds brood op de plank. Kan dat dan wel? Natuurlijk, het kan altijd. (Ja ma, je hoort het goed.) Ik heb het wel met nog minder moeten doen, ooit.
En toen was daar het moment dat ik de mogelijkheid van eerder pensioen definitief toeliet. De officiële berekening daarvan was rap gemaakt. Ja, nu werd het nét echt.

Waarom wachten?
Wat telt nou het zwaarst?
Nog vier jaar? Ja, dág!
Ik was er snel uit. Ik kies voor het leven en ga dat maar eens inrichten zoals ik dat zelf wil. Wij. Zoals wij dat zelf willen. Maar ook een stukje ík. Mijn besluit is genomen, door mijzelf. Op naar mijn vrijheid!
Over een tijdje komt er een baan vrij. En daar doe ik vast weer iemand een groot plezier mee.

Jippie!

(Visited 16 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *