Mondschein

Hij had een jaar of vijf les, mijn oudste, pianoles. Niet omdat ik hem dat opdrong, want dat deed ik niet, vastbesloten om mijn kinderen in géén geval in de richting van welk muziekinstrument dan ook te duwen. Nee, hij wilde het zelf.
‘Mag ik pianoles?’
Natuurlijk mocht dat. Acht jaar was Olaf toen. Hij kreeg een gedegen, muzikale en brede basis van vijf jaar aangereikt en hij deed het goed.
En vanzelfsprekend hield dit weer op, tijdens de middelbare schooltijd. Geen zin meer. Óefenen? Brrrr…… Ach, dacht ik, het zit er in en op een gegeven moment komt het er echt wel weer uit. Op zijn eigen tijd.

En ja hoor. Nog maar net begonnen met zijn HBO-opleiding gebeurde het.
‘Mam, ik wil wel een gitaar…..’
Dat leek hem prachtig. Zijn vriend Max speelde gitaar en hij wilde dat ook. Gefascineerd luisterde en keek hij naar allerlei gitaristen, in bands, op Youtube, bij Max thuis, waar hij het natuurlijk ook wel mocht proberen.
Heel voorzichtig polste ik of een paar gitaarlessen iets zou zijn, om de basis een beetje onder de knie te krijgen, maar nee. ‘Pffff, neee, daar heb ik geen zin in hoor! Dat is helemaal nergens voor nodig….!’
OK. Spoedig kwam de eerste gitaar in huis, een elektrische. Van Max leerde hij wat grepen en akkoordformaties. Het was niet genoeg.
‘Ik vraag een akoestische gitaar voor mijn verjaardag!’ kondigde hij stralend aan. ‘Dat vind ik zo mooi!’ Max had ook een akoestische en het deed mij goed dat hij besloot om daarvoor te gaan.

Met deze gitaar heeft Olaf het helemaal gevonden. Vanaf het begin heeft hij net uiterst serieus aangepakt. Hoe hij het doet, weet ik niet precies, maar hij leerde gitaarspelen. En hoe. Met stijgende verbazing en trots hoorde ik elke dag weer de prachtigste dingen uit zijn kamer klinken. En tot mijn heimelijke genoegen begon mijn zoon ook weer steeds vaker achter de piano te kruipen. Geen bladmuziek hoor. ‘Get nee, nergens voor nodig!’ Eerst uit zijn hoofd, bekende songs.
Maar op de lessenaar kwamen ook van Internet gedownloade prints, prachtige stukken. De gedegen basis van tien jaar geleden is hem goed van pas gekomen. Géén Beethoven of Mozart. ‘Nee, bah, niks aan, al die ouwe troep….’
Ik zeg niks. In de muziek van vooral Beethoven zit zo ontzettend veel oerkracht, aarding, dat ik ervan overtuigd ben dat die iedereen die maar een beetje voor muziek openstaat, zal raken. Iedereen, op zijn eigen moment. Het kan niet anders.

‘Ik ga hem missen, mam’, zei hij zachtjes, de anders zo stoere jongen. ‘Als ik straks in Australië zit…’ Want de gitaar kon niet mee. Voor het astronomische bedrag dat de luchtvaartmaatschappij daarvoor vroeg, zou hij vijf nieuwe kunnen kopen. ‘Maar ik ga wel kijken of ik er daarginds eentje kan vinden. Tweedehands of zo….’
Het eerste wat hij na aankomst in Sydney kocht, was dus een gitaar. ‘Ik moet gewoon elke dag even spelen,’ mompelde hij. Helaas moest hij deze gitaar ook weer achterlaten in Sydney, maar ach: ‘thuis heb ik een veel betere!’
Het eerste wat hij bij terugkomst – binnen vijf, nee, drie mInuten – pakte, was de gitaar. Een paar akkoorden, een riedeltje. ‘Oooooohh…..’ een verzuchting die helemaal uit zijn tenen leek te komen, ‘Zóveel beter, deze! Mijn eigen!’
Voor we het wisten, was het huis als vanouds weer gevuld met muziek.

‘Klinkt heel mooi!’ zegt Paul, als hij Olaf in de keuken tegenkomt. ‘Wat speelde je daar? Prachtig!’
‘Oh eh….. Love hurts …..’ klinkt het verlegen. ‘Wel een mooi nummer. Maar Beethoven valt niet mee hoor.’
Mijn mond valt open. Beethoven? Dat versta ik vast verkeerd. Ik herhaal het. ‘Beethoven?’
‘Ja….Moonshine of zoiets….’
Wat?
Mijn zoon pakt een paar velletjes van de piano, van Internet geplukt. ‘Kijk. Mondscheinsonate…..
Eén blik op het notenbeeld vertelt me dat het hem inderdaad is. Het eerste deel van Beethovens Mondscheinsonate. Mijn mond staat nog steeds open.
‘Ooooh, die is prachtig!’ weet ik uit te brengen. Maar Beethoven? De combinatie met Olaf?
Hij knikt. ‘Ja, het is zéker heel erg mooi. Maar moeilijk!’ Zijn handen wapperen door de lucht, de vingers gespreid. ‘Ik heb best grote handen, maar pff… Wat een grepen, soms groter dan een oktaaf! Je mist gewoon een hand. Volgens mij had Beethoven zelf stiekem een derde handje……..’ Hij gaat achter de piano zitten en begint te spelen, zoekend, van het blad lezend, maar het komt eruit.
Mijn zoon speelt Beethoven. De muziek heeft in hem de snaar geraakt.

Tevreden zak ik onderuit en luister.

(Visited 11 times, 1 visits today)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *