Wachters
Hoog boven het pad, aan de rand van de steile helling, stonden ze – vier olijfbomen. Schitterend, en trots, alsof ze hun achterland moesten bewaken tegen iedereen die op de berg naar boven klom.
Wachters.
Hoog boven het pad, aan de rand van de steile helling, stonden ze – vier olijfbomen. Schitterend, en trots, alsof ze hun achterland moesten bewaken tegen iedereen die op de berg naar boven klom.
Wachters.
Vrij.
Zweven.
Er zal echt wel meer zijn geweest, maar ik zag alleen de zweefmolen.
Ergens achter ons huis in het centrum van Weesp was een soort kermisje.
Geloof het of niet, maar daar zit ze.
Na een bliksembezoekje aan de jongens in Den Haag zit ik bij de gate, te wachten tot ik in de vliegmachine van Aegean mag stappen die mij zal terugbrengen naar Athene. En daar gebeurt iets wonderlijks.
‘Houkes? Mmmm. Beetje vroeg.’
Een heel on-Grieks lange slanke jongeman, dat zal de receptionist zijn, komt achter een bureau vandaan, waarachter heel Grieks grote kasten met ordners prijken. Het klopt, wij hadden een afspraak om half tien en dat is het nog niet helemaal, maar mijn gevoel van opluchting overheerst. Het klopt. We worden verwacht.
We hadden de mazelen, mijn zusje en ik.
Als peuter kregen wij alle prikken van het Rijksvaccinatieprogramma, dat in hetzelfde bouwjaar is ontstaan als ikzelf. DKTP, dus voor difterie, kinkhoest, tetanus en polio zaten we veilig. Maar mazelen?
Έχουμε ένα ποτάμι!!
We hebben een rivier!
De oversteekplek door het zijbeekje op de berg bevat al een weekje water, waardoor het nu dus een doorwaadbare plek is geworden. Vrolijk zoekt het over de keitjes en takjes zijn weg naar de grotere rivier. Net als vorig jaar in januari.