Bgggg…….
Bgggggg……..’, zegt mijn lief zachtjes tegen mij, en hij straalt ook Bgggggg uit.
‘Koud!’ komt er met een sippe blik achteraan. Mistroostig staart hij naar buiten, naar de witgekleurde tuin.
Bgggggg……..’, zegt mijn lief zachtjes tegen mij, en hij straalt ook Bgggggg uit.
‘Koud!’ komt er met een sippe blik achteraan. Mistroostig staart hij naar buiten, naar de witgekleurde tuin.
Streng kijkt hij ons aan. ‘Dit heeft u natuurlijk ook bij zich, meneer Houkes?’ Hij tikt op de envelop die hij omhooghoudt.
EIGENDOMSBEWIJS, staat daar op in dreigende blokletters. Mjin lief en ik wisselen een beschaamde blik en schudden ons hoofd.
‘Ehh… nee dus,’ zegt Paul voorzichtig, ‘Dat moest zeker wél, hè?’
‘Ik ben bij iemand van m’n werk, in Voorschoten, staat er op het briefje dat op tafel ligt. Maar ik eet gewoon huis.’
Ik moet lachen om de vage soort mededelingen van de laatste tijd.
Toch hebben mensen pakweg 100 jaar geleden op deze manier geleefd. Wij doen het een paar dagen voor de lol, maar je hele leven primitief in een plaggenhut…
De jongens vast wel in pais en vree een middagje bij de mobilhome en wij samen nog een keer naar Firenze. Moet te doen zijn.
Bovenop een berg beleef je het onweer toch anders. Hoe het zo helemaal, komend vanuit de verte, over de camping rolt. Van dof gerommel naar knetterende klappen met scherp gekraak. En hoe ver je ook kijkt, overal zie je prachtige schoolvoorbeelden van bliksemflitsen.