
Wandelen doe ik graag en al helemaal hier, over de berg, waar ik geen mens tegenkom. Fantastisch. En als ik de wind in mijn gezicht voel, flitst altijd even de Vlaardingerdijk door mijn hoofd. Tijdens de Avondvierdaagse.
De reclamespotjes op tv die ik de laatste dagen steeds voorbij zie komen, proberen kinderen aan het lopen te krijgen. Men knoopt er allerlei franje en beloningen aan vast, zelfs begeleiding. Maar waar het om draait, is gewoon de aloude Avondvierdaagse.
Dat deden wij natuurlijk ook al, met school. Maar de wandelafstanden van nu stellen eigenlijk niet veel meer voor. Vijf kilometer hoeven ze slechts te lopen.
Zeven keer heb ik hem gelopen, de Avondvierdaagse, als zes- tot tienjarige. Vier dagen tien kilometer per avond. Het was ook geen vraag of je meeging. Je deed het gewoon. Hup, geen gezeur. Vier avonden van tien kilometer. En trots was ik op de medailles die ik na afloop kreeg!
Ja, mijn moeder stuurde ons, we moesten mee, geen discussie mogelijk. Er moest gewandeld worden, want dat was gezond. Geen woord van gelogen, trouwens.
Maar je verwacht het misschien niet – ik vond het nog leuk ook! Gewoon verstand op nul – ik liep wel in de rij, maar alleen, toen ook al – en je ene been voor het andere zetten. Ik herinner me nog het moment dat ik het ontdekte.
De route ging over de Vlaardingse Dijk, langs de Nieuwe Waterweg, we hadden een straf windje tegen. Pal in mijn gezicht.
En toen, daar, op dat moment ervoer ik hoe heerlijk dat is. Wandelen met de wind in je gezicht. Het hoofd leeg laten blazen. Ik zei niks, natuurlijk, tegen niemand, maar ik genoot.
En nu dik 60 jaar later – ik wandel graag en altijd als ik tegen de wind inloop, denk ik aan dat moment, tijdens die avondvierdaagse, ik zie het stuk langs de dijk en voel de wind in mijn gezicht.