Wachters

Hoog boven het pad, aan de rand van de steile helling, stonden ze – vier olijfbomen. Schitterend, en trots, alsof ze hun achterland moesten bewaken tegen iedereen die op de berg naar boven klom. 
Wachters.
Altijd keek ik naar ze op als ik het laatste, venijnig steile hellinkje nam, achter een dartel stuiterende hond aan.

Het snoeiseizoen brak aan en plotseling was de meest linker boom ontdaan van zijn volle haardos. Uit zijn stam staken alleen nog wat korte takken naar boven. Grotesk.
De dagen daarna hadden zijn drie medewachters hetzelfde lot ondergaan. Daar stonden ze – vier geamputeerde wachters, naakt, hun korte, stugge kale takjes dapper richting de zon. 
Zonde, dacht ik, maar de boeren weten wel wat ze doen. Het zal wel een reden hebben. En het groeit heus wel weer aan, nieuwe, soepele takken, met een nieuw, fris bladerdak, ruimte gevend aan veel verse olijven.

Maar niets was minder waar.
Tot mijn afgrijzen werd ik een week later geconfronteerd met totale verwoesting. Waar waren de wachters?
Wat restte, waren slechts vier boomstronken. De stammen, in stukken gezaagd, lagen verspreid over het veld.

Nu komen we de berg op en zien een kale rand. 
Weg zijn ze, de trotse wachters.

(Visited 2 times)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *