Beest

beest

Ze waren er al de eerste dag toen we hier vijf jaar geleden introkken. Al die eeuwen daarvóór natuurlijk ook.
‘Een rare rups!’ riep Paul vanuit de badkamer. ’Wat is dat?’
Zo eentje had ik eigenlijk ook nog nooit gezien. Een zwart rupsachtig diertje, maar niet een echte rups, want hij was glad, met veel kriebelpootjes, héél veel kriebelpootjes, waarmee hij toch niet echt heel hard vooruitkwam.
Buiten zetten dan maar, vonden we, dus hup op een blaadje schuiven. Maar daar leerden we gelijk het verdedigingsmechanisme van dit beestje kennen. Bij aanraking rolde hij zichzelf onmiddellijk helemaal op en zijn rug bleek te bestaan uit een soort harnas . Bovendien  kwam er een misselijkmakende lucht onze neus in. 
‘Getver. Hij stinkt!’ Ik liep met het beest naar buiten om hem zo ver mogelijk de boomgaard in te gooien, nog niet wetend dat dit een regelmatig terugkerend fenomeen zou worden.

Ik vond hem op internet. ’Ah. Een miljoenpoot!’ Ik las voor. ‘Wordt hier maximaal 5 of 6 centimeter lang, blabla, krult op bij bedreiging, en jawel! geeft nare lucht af! Kun je wel zeggen ja. Het plaatje klopt ook, dit moet hem zijn’. Een miljoenpoot dus. Ik las verder. ‘Leeft van bladafval in de grond, onder bladeren … komt tevoorschijn bij vochtigheid. Vormen geen enkel gevaar, ze bijten niet, ze doen niks, behalve leven.’

Inderdaad, de diertjes houden zich aan deze beschrijving. In de warme zomermaanden zien we ze niet, maar na een regenbui nemen ze na zonsondergang het terras over en schuifelen gedachteloos het huis in.
O! Beest!
Allemaal trakteren we ze op een enkele vliegreis via stoffer en blik zo de tuin in. Bij elke worp vertel ik ze dat ze me later dankbaar zullen zijn. We redden ze immers van de hongerdood. Want waarom komen ze in ’s hemelsnaam binnen? Ze hebben niks te zoeken in huis, er is niets te eten en ze gaan daar dus ook dood. Volgens mij doen ze maar wat.
Regenachtig weer betekent ochtenden dat ik eerst mijn schoenen voor gebruik uitschud en nachten dat ik hoop niet per abuis op een miljoenpoot te trappen op weg naar de wc en met een stinkende voet terug in bed moet. 

O! Beest!
Maar niet alles wat we signaleren, blijkt een beest te zijn. Nee hoor. Zwarte schaduwstreepjes, een takje, een stukje voeg tussen tegels, een schoenveter, of een zwart randje, ik had geen idee dat er zoveel bestond dat lijkt op een beest. Ze doemen op in mijn oog en het brein interpreteert onmiddellijk, maar het is het dan niet. 
O! Beest! Of nee, toch niet. 

Maar kijk daar koppie nou, met die zoekende sprietjes. Het is toch eigenlijk heel aandoenlijk?  Ze kunnen er toch ook niks aan doen dat ze bestaan?
Jammer dat ze zo stinken.

(Visited 1 times)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *