
Het verhaal achter de foto.
Een kleine serie foto’s uit mijn jeugd, waarvan ik me nog precies herinner dat ze genomen zijn. Voor mij waren het bepalende momenten die ik nooit vergeten ben. Met dit verhaal erbij gaan de foto’s spreken.
‘Wat wil je met de cello?’
Ik sta in een etagewoning in de oude Weense binnenstad mijn cello uit te pakken en had de vraag niet zien aankomen. Onmiddellijk schaamde ik me dood. Wat ik wilde? Ik was net afgestudeerd. Zie je wel, ik kan er dus nog niks van.
Via mijn zus die al meespeelde omdat ze een jaar in Wenen studeerde, mocht ik meedoen in het kamerorkest van een internationaal zomerfestival in Oostenrijk. Ik zei meteen Ja! Want ik was net klaar met het conservatorium, had nog geen echte baan en leefde van de ww, wat me totaal niet beviel. Twee weken een korte komische opera instuderen en uitvoeren.
Het was geweldig. Ik speelde de basso continuo, ook in Nederland al jaren mijn specialiteit. Fantastisch. Ik was helemaal op mijn plek. Dít wilde ik.
En daar was dan nog de masterclass, beschikbaar voor wie wilde. Een les bij Josef Luitz, befaamd cellist/pedagoog in Wenen. Joschi, voor vrienden en leerlingen, een vriendelijke man van destijds een jaar of vijftig. Een masterclass zonder toehoorders, maar dat kon me niets schelen.
‘Wat wil je met de cello?’ Ja.
‘Ehm. Ik heb al wat gedaan,’ zei ik dus, op schuchtere toon, daar in Luitz’ woning in de Weense Altstadt. ’Ik heb vorig jaar in Nederland de conservatoriumstudie afgerond.’ Dat ik drie maanden geleden ook eindexamen viola da gamba had gedaan, liet ik maar achterwege.
‘Ach, ja,’ reageerde hij op vriendelijke toon en legde uit dat hij dat niet bedoelde. Hij wilde weten wat ik nu van plan was te gaan doen op cellogebied. Ik kon weer wat ontspannen.
Eerlijk gezegd tastte ik nog in het duister over mijn toekomst. Ik was spontaan ingesprongen in dit festival en deze masterclass, maar daarna?
‘Doorgaan met de ensembles waarin ik speel,’ zei ik aarzelend. Maar dat bracht nauwelijks brood op de plank, vandaar die ww. Lesgeven? Natuurlijk, dat deed ik ook al jaren, hiervan leven gaat ook echt niet lukken.
Ik had wel de indruk dat Herr Luitz mijn continuo-spel tijdens de operarepetities goed waardeerde. En dat was wat ik wilde, basso continuo spelen. Maar wáár? De markt was – ook toen al – overvol. Dus wat dan?
‘Verder studeren,’ verklaarde ik. ’Meer ervaring krijgen?’ Want ja, ik speelde relatief kort cello. Maar Anner Bylsma in Den Haag had geen tijd voor me, en daar baalde ik nog steeds van, maar ja, iederéén wilde bij die man studeren. Een alternatief had ik niet want in alles ben ik uitermate kieskeurig, bovendien ontbrak het natuurlijk ook aan budget. Dus daar, in Wenen, zette ik Haydn in D op de lessenaar, het befaamde celloconcert waaraan ik zelf een beetje begonnen was na mijn afstuderen. Hier wilde ik Joschi’s visie wel op horen.
Ik genoot van de les van deze zachtaardige Weense cellist, die precies de puntjes op de i wist te zetten. Hij gaf me ook nog een cadens mee voor het eerste deel, eentje die bijna niemand kent. Wauw!
Alle feedback van der Joschi nam ik op als een dorstige plant, terwijl zijn vrouw met mijn meegenomen fototoestel even een foto maakte.
Kon ik maar vaker gaan! Achtentwintig was ik. Het echte leven moest nog beginnen en dat deed het ook toen ik vrij snel hierna uit de bubbel van de muziek brak en landde in de echte buitenwereld.

Wel wat later. Foto dd 1 aug 2009 – der Joschi is hier 75