Bankje

‘Is hier ergens een bankje?’ Zoekend kijkt de vrouw om zich heen, haar vraag klinkt bijna fluisterend. ‘Ik heb al vier uur gelopen…’

Met Mickey sta ik bij de afslag naar een smal wandelpaadje, hij moet langdurig snuffelen bij iets heel interessants, als vanuit de andere kant een vrouw aan komt lopen. Ik wil dus even afwachten waar ze heengaat voor ik verder loop, want ik ben een groot mensenontwijker. Ze ziet eruit als een vroege vogel, maar moe. Dik grijs haar, simpel joggingpak, langzame, vermoeide tred.

‘Is hier ergens een bankje?’ mompelt ze. Ik ben een beetje verbaasd over de vraag.
‘Ik heb al vier uur gelopen…’
Vier uur! Nog verbaasder bekijk ik haar nader en constateer dat ze inderdaad afgepeigerd toont. Haar voetstappen zijn slepend, ze zal toch niet omvallen?

Waarom loopt iemand vier uur, onafgebroken naar het schijnt? Gezien het tijdstip moet ze om een uur of zes vanmorgen vertrokken zijn. Waar vandaan? En – waar naartoe?
Haar vraag duidt erop dat ze geen bestemming heeft om even lekker uit te rusten, voordat ze teruggaat.
Wacht. Teruggaat? Hoe? Weer lopend? Wordt ze opgehaald? Met de bus? Ze heeft niets bij zich, zo te zien. Ook geen telefoon?

Waarom ging ze zo vroeg op pad? Is ze een liefhebber van vroege wandelingen? Maar dan plan je dat toch beter? 
Of – erger – is ze weggelopen? Ergens vandaan? Of – erger – voor iemand? Kan ze ergens naartoe?
Was ze wanhopig? Ze oogt slechts vermoeid en uitgeblust, maar vraagt niet om hulp. Alleen een bankje.

Terwijl al die vragen door mijn hoofd flitsen, wijs ik haar verbluft op de bankjes aan de overkant van de weg.
‘Jaja’, mompelt ze. ‘Bedankt’. Ze loopt alweer verder, een flauwe handbeweging als groet.

(Visited 8 times)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *