
Acrylverf op canvas, 40 x 50 cm
April 2026
Geloof het of niet, maar daar zit ze.
Na een bliksembezoekje aan de jongens in Den Haag zit ik bij de gate, te wachten tot ik in de vliegmachine van Aegean mag stappen die mij zal terugbrengen naar Athene. En daar gebeurt iets wonderlijks.
De jonge vrouw ploft op de stoel naast mij. Nou, één zetel tussen ons. Behoedzaam gluur ik even later vanuit mijn ooghoeken en mijn mond valt open. Mijn ogen als schoteltjes. Want ze is het.
Maar dit kan niet.
Mijn drieluik van de lange dunne vrouw in het wit met dik rood haar had ik juist voltooid. Een figuur, regelrecht uit mijn voorstellingsvermogen, maar met wie ik mij achteraf ijzingwekkend kon vereenzelvigen.
En dan gebeurt het.
De vrouw ploft op de stoel naast mij. Voorzichtig gluur ik en mijn ogen worden groot als schoteltjes. Want ze is het. De vrouw van mijn drieluik zit praktisch naast me op Schiphol, te wachten op dezelfde vlucht naar Athene.
Maar dit kan niet.
Haar dikke rossige lange haar valt rommelig over haar rug, uitkomend in een punt. Op haar knieën rust een vel bladmuziek, dat ze ondersteunt met de blauwe Bärenreiter-partituur. Met een potlood noteert ze aanwijzingen. Heel zachtjes neuriet ze de melodie, terwijl ze boogjes en puntjes toevoegt.
Ik zie de G-sleutel, dus het is een stuk voor viool, of fluit, of zoiets.
‘Largo’, staat bovenaan aangegeven, later bespeur ik de naam Vivaldi. In haar directe omgeving zie ik geen vioolkist, dus de viool streep ik weg. Ze zal wel fluit spelen, die zit waarschijnlijk in het rolkoffertje bij haar knieën.
Tijdens mijn gegluur groeit nog steeds mijn verbazing. Hoe kan dit nou? Deze vrouw staat op mijn schilderijen! En op het middelste van de drie laat ze alle muzieknoten uit haar handen glijden om ze achter te laten, terwijl ze wegloopt.
Eenmaal thuis zoek ik op Internet. Met het notenbeeld in mijn hoofd vind ik het bewuste Largo van Vivaldi al snel, het is uit een concert voor sopranino-blokfluit.* Ha!
Zou ze zich voorbereiden op een uitvoering? Of voor een auditie, want een paar dagen later, ontdek ik, zal er een plaatsvinden bij een gezelschap in Athene met dit concert als verplicht onderdeel.
Maar, hoé? Hoe kan dit?
Ik moet haar natuurlijk nu wel schilderen. Maar de tegenstrijdigheid zit me dwars. Het klopt niet, want die figuur van mijn drieluik ben ik zelf, en ik was níet de vrouw met de bladmuziek op Schiphol, want ik zat naast haar. Waar in mijn reeks past dit beeld?
Deel vier? Nee. Het is eerder ervóór dan een vierde deel.
Ja. Nu zie ik het. Het is een prequel. Ik kijk vijfendertig jaar terug in de tijd.
Deze vrouw met bladmuziek is het startpunt. Ik speelde ook fluit, destijds, natuurlijk. Kijk ik toch nog even naar mezelf.
In ieder geval heeft ze ervoor gezorgd dat ik nu al dagen het largo van Vivaldi niet uit mijn hoofd krijg.
*Concert voor sopranino in C-gr, RV 443, van Antonio Vivaldi, rond 1725