
Acrylverf op canvas, Ø 50 cm
September 2022
Voor de tiende, officieel ook de laatste taak stuurde koning Eurystheus Herakles naar een eiland in het verre westen: Erytheia. Hier leefde Geryon, het reusachtige monster met drie hoofden. Hij had een kudde runderen, die rood oplichtten bij de ondergaande zon. Deze kudde moest Herakles ophalen.
Het was een lange, hete tocht en Herakles kreeg daarom de zonneboot van Apollo te leen als vervoermiddel.
Bij Erytheia aangekomen trof hij direct Orthros, de hond met twee koppen die de kudde bewaakte. Hij sloeg het dier dood met zijn knots, maar moest daarna nog Geryon uit de weg ruimen, die kon rekenen op de hulp van Hera. Maar Herakles van de snode godin te snel af. Het lukte hem uiteindelijk om alle drie de kelen van het monster met zijn vergiftigde pijlen te doorboren.
Met de kudde kon Herakles terugkeren naar Eurystheus in Mykines, opgelucht dat zijn opdrachten erop zaten. Maar de rancuneuze koning had nog wat verrassingen voor hem in petto.
Erytheia was hoogst waarschijnlijk het smalle eiland vlak voor de Spaanse kust, waar nu Cadiz op ligt. Niets herinnert daar nog aan onze held en het monster, behalve dat de naam Erytheia op een paar plekken nog opduikt.
Om vanuit de Middellandse Zee bij het eiland te komen, moest Herakles een doorgang forceren tussen Zuid-Spanje en het Atlasgebergte – de smalle Straat van Gibraltar, geflankeerd door steile rotspartijen. Tijdens zijn terugreis bouwde Herakles hier aan beide kanten een zuil: de Zuilen van Hercules, die de zeestraat voor altijd open moesten houden.
We zien de scene vanuit de ferry, door een patrijspoort.