Pappous

Het ligt in de bocht van weg, in het centrum van het dorp. Een uitnodigend, lommerrijk terras met grote bomen, fleurige bloemen in potten en bakken, behorend bij een kleine, eenvoudige taverna.
Paul zet meteen de auto stil. Het is iets na achten, best wel Griekse etenstijd al en hier is vast wel iets lekkers te krijgen. Het terras is leeg, op een Grieks-Orthodoxe pappas, priester, na. Een echte; zijn haarbos is dik en grijs, hij heeft een volle baard en een hoog zwart hoofddeksel. Hij zit met een glaasje water.
Onze groet ‘Kalispera sas!’ wordt niet alleen door de waard en zijn vrouw – van onze leeftijd ongeveer, schat ik in – maar ook door de priester vrolijk beantwoord.

De vrouw komt naar ons toe, een notitieblokje in de aanslag. Haar Engels blijkt ongeveer te zijn zoals ons Grieks, dus de conversatie is heel simpel en minimaal.
‘Eat? Greek salad? Choriatiki?’
We willen eigenlijk weten wat ze allemaal heeft?
‘Oh!’ Ze glimlacht snel, naar woorden zoekend. Er is geen kaart, maar we kunnen kiezen uit wat ze in de keuken heeft voorbereid. Ze geeft het Engels snel op en gaat over in Grieks, maar etenswaren en gerechten: dat kunnen we wel. ‘Aubergine, gevulde paprika, Griekse salade, en oh ja!’ Haar ogen lichten op: ‘Pork sto fourno! Varkensvlees uit de oven, met tomaat, ui, en zo….’
Hier springen we direct op in. ‘Doe maar, heerlijk!’
De vrouw is zelf de kok, blijkt al snel, ze serveert ook zelf, met het koksmutsje nog op haar hoofd. Snel zitten we te smullen van de salade en werkelijk verrukkelijk vlees. Vanzelfsprekend een miso kilo kokkino erbij, halflitertje rode wijn, zo uit het vat, van de lokale wijnboeren. Wat we straks moeten afrekenen? We hebben geen idee.

Men laat ons nu met rust. Intussen druppelen er wat mensen binnen. Locals, dat is duidelijk, die allemaal een babbeltje maken met de pappas. Ook familieleden van de waard en zijn vrouw, twee zoons, zo te zien, en wat tantes of zo.
Over het terras heen vliegen geanimeerde gesprekken ons om de oren, alleen de waard loopt zwijgzaam heen en weer, hier en daar wat regelend en verschuivend, zonder spier te vertrekken of zich met iemand te bemoeien.
Tafels worden in gereedheid gebracht en gedekt. Ah, ze gaan zelf ook eten, met z’n allen, denken wij.

Men laat ons nog steeds met rust, negeert ons verder, maar ineens zie ik dat de stoel van de priester verlaten is. Hij is weg, hij doet niet mee met het familiediner.
Dan horen we ploseling de waard. ‘Ella! Ella! Kom! Kom!’
Verbaasd kijkt Paul op. ‘Heeft hij het nou tegen een hónd?’
‘Ella! Ella!’ De stem van de waard heeft het barse randje nu verloren.
‘Haha, nee!’ Ik rek mijn nek om te zien wat er om het hoekje verschijnt. ‘Nee, geen hond. Een kind!’
De vrouw van de waard komt met een jochie van een jaar of twee op de arm het terras op. De kokkin, nu even getransformeerd in een oma.
‘Oh! Een kleinkind! Dat moet wel!’ zeg ik.
Ella!’
Het kind wringt zich op de grond vanuit de armen van zijn grootmoeder en draaft naar de waard, die hem lachend opvangt. De man smelt zichtbaar, zijn gezicht breekt in één keer open.
‘Ah, pappous?’ vraagt Paul, zich omdraaiend naar het tafereel. ‘Opa? Agapei to…. Dol op eh…, wat is kleinkind ook alweer in het Grieks?’
Nai! Ja!’ De man glundert, met het jochie aan de hand. Met de andere hand klopt hij op zijn borst. ‘Pappous. Enghoni! Opa! Kleinkind! Ik heb één kleinkind. Just one!’

Het is duidelijk. De eregast is gearriveerd: het kleinkind, nee, het énige kleinkind, nee, de enige kleinzóón. De familie schuift aan aan hun tafel, die inmiddels door oma en schoondochter is volgezet met heerlijk uitziende gerechten. We laten ze verder met rust.

Overal in dit land eten we heerlijk, maar deze familiekroeg is een pareltje. Wat we moesten afrekenen? Alles bij elkaar: twintig euro. Nee, niet per persoon. Met z’n tweeën.

(Visited 73 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *