
Έχουμε ένα ποτάμι!
We hebben een rivier!
De oversteekplek door het zijbeekje op de berg bevat al een weekje water, waarmee het nu dus een doorwaadbare plek is geworden. Vrolijk zoekt het over de keitjes en takjes zijn weg naar de grotere rivier. Net als vorig jaar in januari. Ik was helemaal blij, want: wie weet? Maar het feest duurde slechts een paar dagen, de beek lag weer droog voor de rest van het jaar.
Pal langs ons dorp in het smalle dal stroomt een riviertje, nou ja, meer een bedding waar ooit water door liep. In die viereenhalf jaar dat we hier nu wonen, hebben er nog geen druppel ooit in zien zitten.
‘Klopt’ verklaarde onze huisbaas indertijd op verontschuldigende toon. ‘Van overheidswege is de waterstroom ergens bij Tripoli omgelegd. Boeren in Arkadia wilden meer water voor hun land, dus hebben ze de toegang tot onze rivier dichtgemaakt en water via een andere stroom laten gaan.’ Andere provincie. Andere rivier. Andere boeren. En onze boeren dan?
Dus onze rivier ligt droog. Al jaren. Zo jammer!
Met een kopje koffie zitten we op ons terras als het geluid tot me doordringt. Water? Stromend water? Het geruis komt van beneden, vanaf de tot nu toe droge rivier. Dat zal toch wel niet?
Ik snel naar de boomgaard, waar een doorkijkje is. En ja. ‘Er zit water in!’ juich ik. ‘Het stroomt!’
Nu is het de afgelopen tijd nogal tekeer gegaan met regen en sneeuw, niet zozeer hier bij ons, maar vooral landinwaarts, hoger, en noordelijker. Dat water zoekt nu natuurlijk een weg omlaag. Kan ik me voorstellen. Het heeft die gevonden in onze uitnodigende rivierbedding.
Nu stroomt er weer water door onze rivier!
‘Vroeger was dat het hele jaar door,’ mijmert onze buurman. ‘Als kind speelden we daar altijd. Dat was een mooie tijd…’
Een kabbelende beek. Ik geniet van het geluid, wat de omgeving bijna nog landelijker maakt. Wel hoop ik dat het niet op mijn eigen water gaat werken.
Maar helaas. Vanmorgen bleek het stil. Het ontspannende geluid van een stromend beekje was weg. Met Mickey keek ik van de behoorlijke hoge oever neer op de vertrouwde bedding van onze rivier. Droog als vanouds, op wat resterende plassen na.
We hadden een rivier. Eén dag.

De oversteekplek

Tja. Nog slechts wat plassen.