83. Kwijt. Of Verwoesting

Acrylverf op canvas, 70 x 50 cm
Januari 2026

Kwijt 17 april 2017

Paniek schiet door me heen. Waar is hij?
Ik steek mijn hand uit om mijn cello van de muur te pakken maar ik grijp in een lege plek. Hoe kan dat? Ik knipper met mijn ogen en kijk nog een keer, om te constateren dat de plek nog steeds leeg is.
Weg! Mijn cello is weg? Waar is hij?

In paniek ren ik de straat op, zoek in de tuin, in de schuur, op nog meer onwaarschijnlijke plekken, zonder resultaat. Niet wetend waar ik verder moet zoeken, vlieg ik het huis weer in, naar boven. Ik zoek mijn telefoon om Paul te bellen, maar kan niet uit mijn woorden komen.
‘Weg is hij!’ stamel ik, ‘mijn cello. Weet jij waar hij is? Wie heeft hem?’
Maar dan zie ik het.

Een zijkamer waar ik nooit kom. De deur staat open en ik zie hem liggen. Mijn cello. Blij storm ik de kamer in, om dan plotsklaps stil te staan. Mijn adem stokt in mijn keel. Wat is er in godsnaam gebeurd?
Het gebeurt natuurlijk wel vaker, met andere instrumenten ook. Ze raken zoek, je vindt ze terug en ze hebben een krasje of zo, of een hoekje eraf. Dat was mij ook wel overkomen. Maar dit! Nooit zoals dit! Wat is er gebeurd?
Het huilen staat me nader dan het lachen als ik langzaam naar het instrument toe loop. Althans, naar dat wat ervan over is. Hij ligt op de grond en is kapot. Ik schreeuw. Kapot? Dat is  wel het understatement van de eeuw. Het lijkt wel alsof het ding in elkaar geslagen is!  Moet je nou zien! Wie dóet dat!

De rechterhelft van de cello ontbreekt volledig, er is niet meer dan een dwarsdoorsnede van het instrument over. Ik haal diep adem, waarna een vreemde kalmte over me heen valt. Zoals hij er nu aan toe is, kan ik er niet op spelen! Hoe los ik dit op? Ik bestudeer het wrak wat rustiger.
Gelukkig: de stapel staat nog, kijk! O, wat ziet dat er eigenlijk leuk uit. Normaal gesproken zie je die nooit, natuurlijk. Voorzichtig trek ik er een beetje aan, maar er gebeurt niets. De stapel staat ondanks alles nog steeds stevig geklemd tussen het boven- en onderblad, althans, wat daarvan over is.

Beneden hoor ik de voordeur. Paul komt binnen, loopt naar me toe en begint gelijk te roepen als hij ziet wat er gebeurd is. ‘Ohh, joh, wat een mooie foto is dat! Die zie je nooit zo van een cello!’
Foto? Even ben ik verbaasd, maar als ik wat beter kijk, ik zie wat hij bedoelt. De hoek waarin de ravage en het totale stilleven het best tot zijn recht komen: een beetje opwaarts, van heel laag genomen, zodat de balk en de stapel enorm lijken. En dan de gerafelde bladen. Prachtig, inderdaad.
Even later dringt langzaam tot me door waar het beeld me aan doet denken. Oorlog. Het lijkt wel een gebombardeerd huis in de oorlog.

Terwijl Paul zijn fotocamera laat klikken en flitsen, verandert dit geluid in dat van mijn wekker. Ik word wakker.

___*___

Januari 2026 83. Kwijt. Of verwoesting

Mijn blogje uit 2017 heeft de titel Kwijt, maar die had ook Verwoesting kunnen zijn. Ik had destijds spontaan voor de eerste gekozen, omdat dit de paniekerige lading van mijn droom goed weergaf.
Laatst, toen ik dit stukje weer tegenkwam, zag ik ineens voor me hoe ik dit tafereel zou kunnen schilderen. Het leek me leuk, vooral omdat niet iedereen direct zou zien wat het voorstelt. Wie kijkt nou regelmatig naar de binnenkant van zijn cello?

Want dat is het decor. We kijken vanaf de onderkant de cello in. De rechterhelft is weggeblazen door de bom die viel. Er is brand uitgebroken en huizen, dozen, wat dan ook, zijn in puin. Bewoners vluchten en zoeken een veilig heenkomen. De stapel staat nog fier overeind, van de zangbalk is toch een stukje afgebroken. Door de f-gaten stroomt nog wat daglicht naar binnen. We zien de halfronde inham van de linkertaille van het instrument nog, die op rechts is weggevaagd. Het achterblad is bezaaid met puin en as. 

Het lijkt wel oorlog. Nee, het is oorlog. 

https://erikazollner.nl/kwijt/

(Visited 27 times)