
Van de demo heb ik slechts drie maten nodig. Ik voel het meteen, het komt regelrecht binnen, tranen springen al in mijn ogen. Deze cd moet ik hebben.
Ruim veertig jaar geleden, tijdens mijn conservatoriumstudie in Groningen, deed ik een ontdekking. De muziek van Schubert nestelde zich plotseling diep in mijn ziel. Zijn drie liederencycli raakten me diep en ik kocht een aantal uitvoeringen. Op lp nog, natuurlijk.
Ik kon niet stoppen met luisteren. Zulke prachtige, diepgravende muziek. Wollige, zinderende interpretaties die van begin tot eind een deken van prachtige klanken vormden. Wel met verschillen in dynamiek, een accent hier en daar, maar verder één soort geluid. Een heel fijn geluid weliswaar, maar eentje waar wel wat nuances ontbraken en het verhaal ergens diep onder verstopt zat als van minder belang. Ik heb die lp’s grijs gedraaid indertijd.
Maar nu.
Het is drieënveertig jaar later als ik de recensie in de krant lees van een nieuwe uitvoering van Die schöne Müllerin op cd. De beschrijving doet me opveren van de stoel. ‘Naturel, begeleid door een tafelpiano, wars van het opgeprikte zangersgedoe’, is het citaat. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt en ik zoek de demo op. Slechts drie maten heb ik nodig. Ik voel het overal. De muziek komt regelrecht binnen, tranen springen al in mijn ogen. Deze cd moet ik hebben.
Nu pas heb ik Schubert echt gehoord. De muziek bij het hele verhaal. Ik ben verbijsterd over wat er allemaal in zit, ik hoor dingen die ik nooit eerder hoorde omdat ze zo verstopt zaten onder de warme wol, afkomstig van zangersmaniertjes. Dit is puur Schubert, zo prachtig diep doorleefd en indringend zoals ik nog nooit iemand heb horen zingen.
Transparant, toveren met de stem, waar elk lied zijn eigen sfeer krijgt. Van fluisteren tot uitbarsting. Ademloos struikelend over woorden in liederen met hoop en verwachting die afwisselen met woede, verslagenheid en wanhoop, over elkaar heen buitelend in eenzaamheid. Aan het slot rest nog volslagen leegte. Ik kan niet stoppen met luisteren.
Dit is verreweg de mooiste uitvoering ooit, door de Weense bariton George Nigl en de Linzer Alexander Gergelyfi op een heerlijk tafelklavier uit Schuberts tijd.
Ik draai hem grijs. Ik ben in de ban.