Orkest

‘In een orkest?’
Ik zal wel stomverbaasd klinken. Mijn mond is opengezakt. Maar dit verwacht je niet. Niet in een familiehotel, net buiten Parga.
Toch. ’Ja,’ knikt ze, ‘Ze zijn allebei violist. Ze spelen in een orkest in Athene.’

Sophia (of is het Vicky? Ik kan ze nog niet uit elkaar houden) schenkt ons nog een keer koffie in. We zitten aan het ontbijt van ons hotel, waar we een dag eerder uiterst vriendelijk ontvangen zijn door Sophia, of Vicky, de twee jonge vrouwen die het hotel runnen. Ik had pas in de gaten dat het er twee waren toen ik ze op een gegeven moment ineens samen zag en Paul aanstootte. ‘Verrek! Het zijn er twée!’ Ze lijken zo op elkaar dat het wel zussen móeten zijn.

En dat klopt ook.
’Family business, this hotel?’ vraagt Paul die ochtend, nadat Vicky, of Sophia, de bacon and eggs met een stralende glimlach voor ons had neergezet.
’Ja, inderdaad!’ vertelt ze. ‘Mijn zus en ik! En onze ouders werken ook nog hier, moeder kookt en vader doet het terrein, en de klusjes, en zo…..’
Ze blijft even bij ons staan als Paul doorvraagt.
’Het is hard werken hoor, we hebben veel gasten en de hele zomer is het volgeboekt. Wel fijn natuurlijk, maar veel werk! Gelukkig komen onze mannen dan ook weer een paar maanden thuis. Die werken dan ook mee…’
’Jullie mannen zijn weg?’ informeer ik. ‘Van jou en eh…’ Ik weet niet of ik op dit moment tegen Sophia praat of tegen Vicky, dus ik laat het in het midden. ‘Je zus?’
Dan volgt het verhaal wat ik niet verwacht had.

‘Ja, ze wonen in Athene’, vertelt ze, ‘een deel van het jaar! Ze spelen muziek, hoe zeg je in het Engels….? Ze zijn musici!’
Mijn belangstelling is gewekt. Musici? Dat hoor je toch niet veel hier, op het Griekse platteland.
’Wij, mijn zus en ik dus,’ wijst ze, ‘studeerden in Athene, tien jaar geleden, ongeveer. Geen muziek hoor…’ voegt ze eraan toe, met een kort lachje, ’en we ontmoetten toen allebei deze jongens. Ze waren student aan het conservatorium!’
Ik wil natuurlijk weten welk instrument.
’Viool! Ze spelen nu in een orkest.’
‘O! In een orkest?’
Ik klinkt waarschijnlijk stomverbaasd. Maar dit verwacht ik op de een of andere manier dus niet. Niet in een familiehotel, net buiten Parga. Niet in dit land, waar geen grote traditie is van klassieke muziek, omdat er zoveel eigen, prachtige muziek bestaat.
‘Ja,’ knikt Sophia/Vicky, ‘Ze zijn allebei violist. Ze spelen in een orkest in Athene.’
’Wat leuk!’ roep ik dan.
‘En over twee weken is het seizoen daar afgelopen, het concertseizoen,’ Een beetje twijfelend kijkt ze me aan, maar blijkbaar ziet ze dat ik snap waar ze het over heeft, want ze gaat door. ‘Dan hebben ze een paar maanden vakantie en dan komen ze naar huis.’
’Erika is ook musicus!’ Paul kan het niet laten. ‘Cellist!’
Een brede lacht verspreidt zich over Sophia’s (of Vicky’s?) gezicht. ‘Echt? Heb je de cello nu bij je? Nee,’ onderbreekt ze zichzelf, ’niet op vakantie, in vliegtuig, denk ik …’
Ze wenkt haar zus, die een paar tafeltjes verder de borden opstapelt.
‘Sophia! Moet je horen! Zij speelt cello!’
‘Echt?!’ roept Sophia, ze komt erbij staan, haar handen vol ontbijtresten en lege borden. Ze bekijkt me met nieuwe ogen, lijkt het. ’Great! Weet je wat? Kom volgend jaar weer hier als de mannen er zijn en neem dan je cello mee! Kunnen jullie samenspelen!’
Lachend loopt ze door naar de keuken.
‘Ja, doen!’ Nu weet ik dat dit Vicky is. ‘Zien we jullie volgend jaar weer? Mèt cello!’
Oei. Ik krimp iets in elkaar.

(Visited 9 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *