Bus

Direct uit het punctueel op tijd gelande vliegtuig gaan wij op grond van de zeer summiere informatie op ons formulier  zoek naar de balie waar onze Romapassen klaar moeten liggen. Net als in Parijs kunnen we daarmee weer ongelimiteerd in het openbaar vervoer, musea en monumenten in en uit, zonder wachtrijen.

In dit land moet je gewoon je gezonde verstand gebruiken en allerlei mogelijkheden serieus nemen, dan kom je er altijd wel. Mijn opluchting als ik het loket in het oog krijg tempert gelijk door het grote bord naast de ingang: Romapass Sold Out! 

Hoezo, uitverkocht? Het zal toch wel niet? Ik heb ze thuis al betaald ik heb op papier de belofte dat ze in een Special Kit hier klaarliggen.

Maar een zucht van verlichting ontsnapt ons als de juffrouw zonder er veel woorden aan vuil te maken onder haar desk duikt en vervolgens twee rode enveloppen naar mij toeschuift.

Onze Romapassen zijn er gewoon.

 

Gewapend met reusachtig grote treinkaartjes stappen we op station Fiucimo in de trein naar Rome Ostiense. Dat wil zeggen, in een trein. De loketjuffrouw is voor Romenise begrippen zeer behulpzaam met haar advies ‘Spoor 1 of 3! ‘ maar de illusie dat wij daar dan de borden met vertrektijden en reisdoelen aan zullen treffen, verdwijnt als sneeuw voor de warme nazomerzon. Informatieboden? Duh, we zijn in Italië! Daar  doen ze niet aan. Heel even denk aan het toch wel veilige gevoel dat zo’n bord naast Hollandse trein en geeft, waarop de bestemming nog een keer bevestigd staat.

Spoor 1 of 3. 

Het getuigt waarschijnlijk van zelfkennis dat de Romeinen, of eigenlijk de Italianen in het algemeen, niet aan time-schedules doen. Ze weten zelf wel dat daar toch niets van terecht komt. Beter is het om maar gewoon af te wachten of, en zo ja, wanneer, de bus of trein de route rijdt.

Het begin van een contact met een Romein verloopt vaak wat ongemakkelijk, of stroef, of in elk geval onwennig voor ons gevoel. Ze zeggen niet veel. Ze kijken je ook niet zo aan. Dit is iets dat ons de komende dagen meer op zal vallen hier in Rome.  Zien die Romeinen je eigenlijk  wel staan? We zijn toch een klant, zeg maar. We leveren geld!  Bij de receptie van het hotel lijkt het alsof de juffrouw gewoon met haar bezigheden doorgaat als toch ineens de vraag klinkt: Passeporte?  Na wat administratieve handelingen ontdooit ze wel wat en dan ineens begint ze te praten en houdt niet meer op.

Raar blijft het, die schijnbare desinteresse aan het begin van elk contact.

Rome beschikt slechts over twee metrolijnen, die als een kruis (ja natuurlijk!) onder de stad liggen. Dat is niet veel, twee, maar daar hebben ze wat op gevonden. Ze hebben bussen. Het wemelt er van de bussen. Zoveel lijnen en haltes heb ik nog nooit ergens gezien.

Maar van je geruisloos laten verplaatsen is geen sprake.

De bus rammelt en klappert aan alle kanten. Het is een hels kabaal als hij over een soort kinderkopjes op woeste wijze zijn weg door de stad zoekt, de rest van het verkeer links en recht genadeloos wegduwend en klemrijdend.  Elk gesprek wordt gesmoord in de rammelende, klapperende bus. Verbale communicatie is simpelweg onmogelijk.

Ik probeer te ontdekken wat het kabaal nou eigenlijk veroorzaakt. Het dak?  De opengeschoven ramen? De stoeltjes? Of eehhhh…… toch niet de zijplaten die de bus zelf vormen? Ik kom er niet goed achter. Hoe dan ook, binnen een kwartier zij wij steeds op de plaats van bestemming, het vervoermiddel  doet qua efficiëntie niet onder voor de metro in Parijs. Als je tenminste niet na 22:00 nog ergens heen wilt. Op dat tijdstip –terwijl de stad zelf tot in de kleine uurtje blijft bruisen! – hebben wij gerust wel een half uur staan wachten tot lijn 23 weer eens langskwam….

In veel opzichten een belevenis: Rome. Wij gaan zeker een keer terug.

(Visited 17 times)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *